Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

Faculteit der Managementwetenschappen

In 2017 is duidelijk geworden dat de middelen die vrijvielen door afschaffing van de basisbeurs, door universiteiten besteed moesten worden aan het verbeteren van de onderwijskwaliteit. De wetgever heeft destijds bepaald dat de medezeggenschap nauwgezet betrokken moet zijn bij de besteding van de studievoorschotmiddelen. Over de besteding van deze studievoorschotmiddelen zijn kwaliteitsafspraken gemaakt met de medezeggenschap. In deze paragraaf wordt teruggeblikt op de totstandkoming van de kwaliteitsafspraken van de Faculteit der Managementwetenschappen en de besteding van deze middelen in de jaren 2019 t/m 2021. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de voorziene inzet van deze middelen in de jaren 2022 t/m 2026.

De Faculteit der Managementwetenschappen heeft indertijd kort voorafgaand aan het opstellen van de kwaliteitsafspraken een nieuw Strategisch Plan 2018-2021 opgesteld. Kort samengevat heeft de faculteit in dit plan de volgende uitgangspunten geformuleerd:

  • Wetenschappelijk onderzoek en onderwijs zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

  • Studenten worden opgenomen in de gemeenschap van academici waarin open staan voor verschillende standpunten, vrijheid van meningsuiting en een open cultuur cruciaal zijn.

  • Maatschappelijke betrokkenheid definieert de ware academicus.

  • Studenten herkennen de nauwe band tussen theorie en praktijk, waarbij vermogen tot reflectie over de rol van wetenschappelijk inzicht in de samenleving belangrijker is dan pasklare oplossingen kunnen bieden.

  • Studenten dienen te leren hun eigen oordeel te ontwikkelen.

  • Bewustwording van het eigen wereldbeeld van studenten en open staan voor dat van anderen dienen hand in hand te gaan; dat vraagt om waardering van diversiteit (bijv. ten aanzien van geslacht en nationaliteit) en inclusiviteit.

  • Hoogwaardig onderwijs gaat gepaard met hoge eisen aan de kwaliteit van docenten, die ook goede onderzoekers zijn.

  • Kwaliteit staat voorop, maar kwantiteitsoverwegingen moeten meewegen in keuzes bij de samenstelling van het onderwijsportfolio en de vormgeving van het onderwijs.

Destijds is met de medezeggenschap afgesproken dat de kwaliteitsafspraken nauwgezet aan moesten sluiten op het Strategisch Plan 2018-2021. Dit heeft ertoe geleid dat een drietal van de in het kader voor de kwaliteitsafspraken gedefinieerde thema’s prioritair aandacht heeft gekregen, namelijk:

(a) zoveel mogelijk student activerend en intensief onderwijs (thema 1), (b) gegeven door deskundige en geschoolde docenten (thema 6) met (c) adequate hulpmiddelen die door de deskundige docenten worden ingezet om kwaliteitsdoelen te realiseren (thema 5). Gerelateerd aan de nadruk op activerend en intensief onderwijs dient er hiernaast aanvullende aandacht te zijn voor begeleiding van studenten in relatie met de opleiding (thema 2).

Tegen deze achtergrond heeft de faculteit vooral ingezet op de volgende vier thema’s uit het landelijk kader voor de kwaliteitsafspraken:

  1. intensiever en kleinschalig onderwijs (onderwijsintensiteit);

  2. meer en betere begeleiding van studenten;

  3. passende en goede onderwijsfaciliteiten;

  4. verdere professionalisering van docenten.

De begroting in de originele plannen van de kwaliteitsafspraken ziet er als volgt uit:

x € 1.000

Begroting 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024*

FTE's

      

Fte's aangesteld met SV-middelen

      

WP

11

11

27

27

27

27

OBP

-

1

1

1

4

4

Totaal

11

12

28

28

31

31

Bestedingen per thema

      

1. Intensiever en kleinschaliger onderwijs

821

821

2.025

2.025

2.025

2.025

2. Meer en betere begeleiding studenten

-

75

75

75

188

188

3. Studiesucces inclusief toelating en doorstroom

-

-

-

-

-

-

4. Onderwijsdifferentiatie

-

-

-

-

-

-

5. onderwijsfaciliteiten

-

60

60

60

180

180

6. Docentkwalificatie

-

60

60

150

150

150

Totaal

821

1.016

2.220

2.310

2.543

2.543

Figuur 1: Originele begroting overgenomen uit originele plannen 2019-2024

De realisatie van 2019 t/m 2021 en de huidige begroting (zoals ingediend) voor 2022 t/m 2024 zien er als volgt uit:

x 1.000

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Realisatie 2021

Begroting 2022

Raming 2023

Raming 2024*

Fte's

      

Fte's aangesteld met SV-middelen

      

WP

13

18

24

30

30

31

OBP

5

5

4

7

7

7

Totaal

18

23

28

37

37

38

Bestedingen per thema

      

1. Intensiever en kleinschaliger onderwijs

751

1.179

1.805

2.220

2.276

2.403

2. Meer en betere begeleiding studenten

-

125

439

582

563

577

3. Studiesucces inclusief toelating en doorstroom

-

-

-

-

-

-

4. Onderwijsdifferentiatie

-

-

-

-

-

-

5. Onderwijsfaciliteiten

70

296

183

154

158

162

6. Docentkwalificatie

-

80

86

-

-

-

Totaal

821

1.680

2.513

2.957

2.997

3.142

Figuur 2 : Realisatie 2019 t/m 2021 en begroting 2022 t/m 2024

In deze verantwoording worden per thema de gerealiseerde maatregelen voor de verhoging van de kwaliteit in het onderwijs afgezet tegen de originele plannen. De originele begroting bij deze plannen voor de jaren 2019, 2020 en 2021 betreft een bedrag van k€ 4.057. Deze plannen waren dus nog niet volledig omdat de toewijzing voor die jaren een bedrag betrof van k€ 4.587. In de begroting worden deze plannen aangevuld. De gerealiseerde plannen in 2019, 2020 en 2021 zijn opgeteld een bedrag van k€ 5.015, wat betekent dat de faculteit aan eigen middelen k€ 428 heeft ingezet op dit onderwerp.

Bij de afzonderlijke thema’s wordt ingegaan op de verschillen van de realisatie ten opzichte van de originele plannen en begrotingen.

Toelichting besteding kwaliteitsafspraken per thema

Voordat ingegaan wordt op de verschillende thema’s die zijn opgepakt in de Faculteit der Managementwetenschappen wordt eerst het proces van begroten en verantwoorden in de afgelopen jaren uiteen gezet met daarin de wijziging voor de kwaliteitsafspraken die heeft plaatsgevonden. In de universitaire beleidsbrief, d.d. 17 juni 2020, worden de studievoorschotmiddelen voor alle faculteiten voor de jaren 2019 t/m 2024 weergegeven. Voor de Faculteit der Managementwetenschappen is de vertaling hiervan in de facultaire begrotingsbrief 2020 verwerkt. Hierin worden de financiële implicaties van de afspraken die binnen de faculteit zijn gemaakt over dit onderwerp weergegeven. Een groot deel van de bedragen is bestemd voor het ‘op peil houden van het bedrag per onderwijseenheid’. Dit betekent dat de middelen meegenomen werden in het verdeelmodel naar de diverse opleidingen.

Bij het opmaken van de jaarrekening 2019 bleek dat de met de facultaire medezeggenschap afgesproken maatregel van het ‘op peil houden bedrag per onderwijseenheid’ onvoldoende aansloot bij de noodzaak om afzonderlijk verantwoording af te leggen over de besteding van de studievoorschotmiddelen. Voor de begroting 2021 werd daarom de keuze gemaakt om het bedrag van de studievoorschotmiddelen separaat te verdelen over de wetenschappelijke afdelingen en een deel naar algemene zaken. Dit resulteert in de volgende verdeling van de studievoorschotmiddelen voor de komende jaren:

Studievoorschotmiddelen

2021

2022

2023

2024

Bedrijfskunde

570

683

739

772

GPM

221

265

287

300

Economie

290

347

376

393

Politicologie/CICAM

151

181

196

204

Bestuurskunde

151

181

196

205

algemeen

500

750

750

1000

     

Totaal

1883

2407

2542

2874

In de begrotingen van de wetenschappelijke en ondersteunende afdelingen zijn de begrote bedragen voor vacatures of kosten ter verbetering van de kwaliteit van het onderwijs specifiek benoemd.

In de rest van de paragraaf zal per thema worden ingegaan op de verantwoording van de besteding van de studievoorschotmiddelen in vergelijking met de oorspronkelijke plannen.

Thema 1: Intensiever en kleinschalig onderwijs (2019-2021)

Een belangrijk thema binnen het landelijk raamwerk voor de kwaliteitsafspraken betreffen investeringen in intensief en kleinschalig onderwijs, dat wordt gekenmerkt door individuele begeleiding, persoonlijke feedback en een nadrukkelijke koppeling met maatschappelijke vraagstukken. Het vraagt om innovatie in het onderwijs om die delen van het onderwijs waar noodzakelijke basiskennis en -vaardigheden aangeleerd worden een andere vorm te geven (bijvoorbeeld minder frontaal onderwijs). Niet het aantal contacturen op zich staat daarbij centraal, maar het aantal contacturen waarin rijk onderwijs wordt gegeven doordat studenten zelf met de stof aan de slag gaan en betrokkenheid bij de academische gemeenschap wordt gecreëerd. Andere vormen van meer indirect contact, die deels ook via ICT ondersteund kunnen worden (bijvoorbeeld voorbereiding via kennisclips of verwerving basiskennis via web lectures), dienen daarmee gecombineerd te worden. Daarmee beoogt de faculteit een beweging te maken naar het vergroten van elementen van blended learning en waar mogelijk gepersonaliseerde leertrajecten, die tegelijk meer student activerend zijn.

Oorspronkelijk plan thema 1

2019

  • Bewaken groepsgrootte werkgroepen, met name bij Academische Vaardigheden

  • Bewaken beschikbare tijd voor thesisbegeleiding

  • Aanstellen gekwalificeerde docenten

2020

  • Bewaken op semesterniveau van een adequaat pakket aan studentactiverende onderwijsactiviteiten (werkgroepen e.d.)

  • Aanstellen gekwalificeerde docenten

2021-2024

  • Realiseren van een onderwijsportfolio dat aansluit op het profiel van faculteit en afdelingen, levensvatbaar is, aansluit bij de wensen en behoeften van de samenleving en studenten in staat stelt ook na hun opleiding zich (in werk of vervolgopleiding) te blijven ontwikkelen

  • Zorgdragen in de verschillende programma’s voor een adequate balans tussen intensief en extensief onderwijs, dat studenten in staat stelt op betrokken en actieve wijze aan hun eigen leertraject invulling te geven.

t/m periode 12 (x 1.000 euro)

Begroting 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

Begroting totaal

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Realisatie 2021

Realisatie totaal

1. Intensiever en kleinschaliger onderwijs

        

Op peil houden bedrag per onderwijseenheid

821

821

2.025

3.667

751

1.179

 

1.930

Betreft voor 2019 - 2020:

       

-

Bewaken groepsgroote werkgroepen, met name bij Academische vaardigheden

       

-

Bewaken op semesterniveau van een adequaat pakket aan studentactiverende onderwijsactviteiten

       

-

Bewaken beschikbare tijd voor thesisbegeleiding

       

-

Aanstellen gekwalificeerde docenten

       

-

Betreft voor 2021 - 2024:

   

-

   

-

Realiseren van een onderwijsportfolio dat aansluit op het profiel van faculteit en secties, levensvatbaar is, aansluit bij de wensen en behoeften van de samenleving en studenten in staat stelt ook na hun opleiding zich (in werk of vervolgopleiding) te blijven ontwikkelen

       

-

Het zorgdragen in de verschillende programma’s voor een adequate balans tussen intensief en extensief onderwijs, dat studenten in staat stelt op betrokken en actieve wijze aan hun eigen leertraject invulling te geven

      

1.805

1.805

         
 

821

821

2.025

3.667

751

1.179

1.805

3.735

Figuur 3: Begroting en realisatie thema 1.

Realisatie thema 1

In de jaren 2019 t/m 2021 is k€ 3.735 ingezet voor de kwaliteitsafspraken. Dit is meer dan in de originele plannen is meegenomen (k€ 3.667). Vooral voor de jaren 2021-2024 zijn de originele plannen niet volledig geweest en worden de begrotingen aangepast en de ontvangen studievoorschotmiddelen aangevuld met eigen middelen om alle kwaliteitsslagen te kunnen maken. De faculteit en de medezeggenschap waren en zijn ervan overtuigd dat een kwaliteitsverbetering primair voortkomt uit het uitbreiden van de formatie (in 2019 t/m 2021 is voor 21 fte wetenschappelijk personeel geworven voor dit thema). Dit komt ten goede aan de student-staf ratio en zorgt ervoor dat groepsgroottes beperkt blijven. Daarom is er in 2020 en 2021 fors ingezet op het aanstellen van extra stafleden. Concrete voorbeelden hiervan zijn het aanstellen van twee nieuwe stafleden en twee academic practitioners bij Economie, het aanstellen van drie extra universitair docenten bij Bestuurskunde en één extra universitair docent bij Politicologie.

Daarnaast hebben opleidingen met de kwaliteitsmiddelen in 2021 sterk kunnen inzetten op het reduceren van de werkgroepgroottes, conform het oorspronkelijke plan. Ook is er door sommige opleidingen voor gekozen om de voorbereidingstijd voor onderwijsactiviteiten zoals werkgroepen en hoorcolleges in het urenallocatiemodel op te hogen. Dit stelt docenten in staat om intensieve onderwijsvormen te ontwikkelen, die dankzij het beperken van de werkgroepgrootes kleinschalig aangeboden kunnen worden. Ruimte voor het ontwikkelen van nieuwe onderwijs- en tentamenvormen is daarnaast ontstaan door de inzet van meer junior docenten voor correctiewerkzaamheden, waardoor cursuscoördinatoren daadwerkelijk kunnen innoveren. Het uitbreiden van de formatie zorgt er bovendien voor dat in sommige cursussen de tentamenvorm is gewijzigd van een multiple-choice tentamen naar een open-vragen tentamen.

Taken die in het verleden door externe stafleden werden verricht, worden dankzij de kwaliteitsmiddelen inmiddels opgepakt door vaste stafleden. Door de formatie-uitbreiding kunnen opleidingen hun werkzaamheden beter verdelen en wordt het aantal externe docenten tot een minimum beperkt, hetgeen ten goede komt aan de stabiliteit en dus aan de kwaliteit van het onderwijs. In de praktijk is gebleken dat deze maatregelen een effectieve bijdrage leveren aan het verbeteren van de onderwijskwaliteit, en daarnaast ook nog een positief effect hebben op de werkdruk van de staf.

 

Realisatie 2020

Begroting 2021

Realisatie 2021

Intensiever en kleinschaliger onderwijs

 

(aangepast)

 

Extra tijd voorbereiding hoorcolleges

48.000

55.000

48.960

Werkgroepen verkleind

489.367

550.000

873.541

Diverse exctra UD posities bij de opleidingen

589.602

676.800

691.541

Academic practitioners

52.421

60.000

190.574

 

1.179.390

1.341.800

1.804.615

Thema 2: Meer en betere begeleiding van studenten (2019-2021)

Onderzoek naar het welzijn van RU-studenten in 2017 liet zien dat studenten van de faculteit zich, net als andere RU-studenten, veilig voelen op de campus maar dat velen van hen last hebben van eenzaamheid, studiedruk en stress. Over de hele linie scoorde de faculteit hier gunstiger dan de andere faculteiten, maar tegelijk ziet de faculteit het als haar verantwoordelijkheid om het welzijn van studenten in en gerelateerd aan de studie zo veel mogelijk te bevorderen. Onderwijsintensiteit en binding in de gemeenschap zijn belangrijke instrumenten om studentenwelzijn te verhogen. Daarnaast is ook begeleiding in nauwe aansluiting op het inhoudelijke programma een bruikbare manier om onderwijskwaliteit en studentenwelzijn in relatie tot elkaar te bevorderen. De faculteit streeft naar een versterkte integratie van verschillende deelfuncties in die begeleiding binnen één functie die wordt ingevuld per opleiding (en bij grote opleidingen mogelijk ook gekoppeld aan cohorten of specialisaties). Deelfuncties die in de beoogde ‘rijke’ ondersteuningsfunctie ondergebracht kunnen worden, betreffen de programmacoördinatie, voorlichting, studieadvies en loopbaanoriëntatie.

Oorspronkelijk plan thema 2

2019

  • Uitwerking functie-eisen en mogelijkheden geïntegreerde studiebegeleidingsfunctie

2020

  • Benoeming studiebegeleiders voor aanvullend geselecteerde opleidingen

2021-2024

  • Er zorg voor dragen dat alle opleidingen een geïntegreerd pakket hebben aan studentenondersteuning belegd in rijke functies per opleiding waar studenten (en docenten) eenvoudig toegang toe hebben

t/m periode 12 (x 1.000 euro)

Begroting 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

Begroting totaal

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Realisatie 2021

Realisatie totaal

2. Meer en betere begeleiding studenten

        

Vergroten inzichtelijkheid in de mate waarin faciliteiten voor groepswerk studenten beschikbaar zijn

 

75

75

150

-

  

-

Geintegreerde begeleidingsfunctie/studieadviseurs

   

-

 

125

 

125

Betreft voor 2019 - 2020:

   

-

   

-

Uitwerking functie-eisen en mogelijkheden geïntegreerde studiebegeleidingsfunctie

   

-

   

-

Benoeming studiebegeleiders voor aanvullend geselecteerde opleidingen

   

-

   

-

Betreft voor 2021 - 2024:

   

-

  

439

439

Er zorg voor dragen dat alle opleidingen een geïntegreerd pakket hebben aan studentenondersteuning belegd in rijke functies per opleiding waar studenten (en docenten) eenvoudig toegang toe hebben

   

-

   

-

 

-

75

75

150

-

125

439

564

Figuur 4: Begroting en realisatie thema 2.

Realisatie thema 2

In 2019 zijn conform de begroting geen acties ondernomen met betrekking tot dit thema. Na vaststelling van de oorspronkelijke kwaliteitsafspraken is gebleken dat er vanuit de faculteit geen aanvullende investeringen nodig waren voor het inzichtelijk maken van de beschikbaarheid van groepswerkplekken.

Vanaf 2020 is de faculteit gestart met het verder intensiveren van de begeleiding van studenten. Ondat de toegankelijk en beschikbaarheid van studieadviseurs, door toenemende studentaantallen, onder druk stond zijn vanaf 2020 extra studieadviseurs (1,2 FTE) aangesteld. Ook is er inmiddels progressie geboekt bij de geïntegreerde begeleidingsfunctie. Diverse groepen studenten met een bijzondere status of achtergrond (bijvoorbeeld topsporters) worden inmiddels opleidingsoverstijgend begeleid door nieuw aangestelde studieadviseurs. Helaas vraagt het goed uitwerken en implementeren van dit plan meer tijd dan bij het opstellen van de kwaliteitsafspraken is voorzien.

Studentbegeleiding vindt zowel plaats buiten het onderwijs (o.a. door studieadviseurs) als binnen het onderwijs (door docenten). Daarom is er eveneens ingezet op het verhogen het aantal beschikbare uren voor studentbegeleiding door docenten. Bijvoorbeeld door bij Academische Vaardigheden docenten meer uren voor mentoraat toe te kennen.

In de afgelopen periode is extra aandacht besteed aan het zichtbaarder maken van alle faciliteiten die de de faculteit biedt op het gebied van studiebegeleiding en het (ver)binden van studenten. Met dit doel zijn de studentcommunicatie en community building activiteiten geïntensiveerd.

Ten slotte hebben diverse opleidingen met de kwaliteitsgelden de begeleidingsmogelijkheden tijdens het schrijven van de bachelor en masterthesis uitgebreid. De thesisfase van de opleiding wordt door veel studenten als een struikelblok gezien, hetgeen goede en persoonlijke begeleiding noodzakelijk maakt. De kwaliteitsmiddelen hebben de opleiding Bedrijfskunde de mogelijkheid geboden om extra methodische ondersteuning te bieden aan studenten in de thesisfase.

Redactionele noot: hoewel deze thesisbegeleiding in het oorspronkelijke plan is gekoppeld aan thema 1, is deze besteding in deze verantwoording ondergebracht bij dit thema omdat het specifiek gaat om het verbeteren van de begeleidingsmogelijkheden, en bijvoorbeeld niet om verder het intensiveren van het thesistraject.

 

Realisatie 2020

Begroting 2021

Realisatie 2021

Meer en betere begeleiding studenten

   

Extra methodische ondersteuning thesis studenten

6.000

8.000

6.120

Extra uren mentoren AV voor studievoortgangsgesprekken

15.600

25.000

15.912

Meer scriptiebegeleiding

  

204.000

Ondersteuning docenten om tijd voor onderwijstaken te vergroten

  

51.652

Communcatie m.b.t. studenten

65.796

80.000

83.997

Projectleiding studentenbegeleiding; oa studie adviseurs

38.000

200.000

77.190

 

125.396

313.000

438.872

Thema 5: Passende en goede onderwijsfaciliteiten (2019-2021)

Realisatie van de doelen ten aanzien van thema 1 (student activerend, intensief onderwijs) vragen om investeringen in ICT. ICT kan helpen om studenten in staat te stellen beter voorbereid in werkgroepen en andere activerende bijeenkomsten te verschijnen (vooral via kennisclips en web lectures), ondersteuning bieden om via zelfstudie dieper in te gaan op als lastig ervaren onderwerpen (bijvoorbeeld in het methodenonderwijs) en mogelijkheden om een koppeling te leggen tussen de realisatie van leerdoelen door studenten in verschillende vakken binnen één leerlijn. Ook de verkenning van nieuwe mogelijkheden om ICT te gebruiken om het gewenste didactische model uitvoerbaar te maken staat hoog op de agenda. De faculteit wil daarom de komende periode (blijven) investeren in ontwikkeling en inzet van ICT in het onderwijs. Investeringen in ICT zijn primair investeringen in personeel, zowel WP als OBP. De faculteit wil de mogelijkheden vergroten van het WP om op creatieve manier ICT in te zetten om de kwaliteit van het onderwijs te vergroten in het licht van het didactische model van de faculteit, en daartoe, bijvoorbeeld via proeftuinen of vergroot gebruik van de labfaciliteiten van de faculteit, nieuwe mogelijkheden van ICT-inzet te verkennen. Daartoe dient ook de ondersteuning vanuit het OBP op een peil te worden gebracht dat wenselijk is om vergrote inzet van ICT in het onderwijs realiseerbaar te maken.

Oorspronkelijk plan thema 5

2019

  • Inzet kennisclips en andere vormen van ICT

  • Ontwikkeling nieuwe vormen van ICT ter ondersteuning van intensief, activerend onderwijs (via proeftuinen, stimulering verwerving middelen via Comeniusprogramma e.d.)

  • Beschikbare capaciteit WP en OBP voor ontwikkeling, gebruik en ondersteuning ICT in het onderwijs vergroten

  • Uitbreiding beschikbare ruimten voor voorbereiding en overleg door studenten

2020

  • Uitbreiding inzet kennisclips en andere vormen van ICT

  • Ontwikkeling nieuwe vormen van ICT ter ondersteuning van intensief, activerend onderwijs

  • Verdere uitbouw inzet labfaciliteiten in het onderwijs

2021-2024

  • Er zorg voor dragen dat ICT, onderwijsruimten en ondersteunende diensten optimaal zijn ingericht ten behoeve van het intensieve onderwijs in en buiten de classroom

  • Bevorderen van campusaanwezigheid van studenten en van hun vorming en participatie in de academische gemeenschap

t/m periode 12 (x 1.000 euro)

Begroting 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

Begroting totaal

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Realisatie 2021

Realisatie totaal

5. Passende en goede onderwijsfaciliteiten

        

Instellen van een innovatie-en ontwikkelingspool

 

60

60

120

    

Betreft voor 2019 - 2020:

   

-

   

-

Ontwikkeling nieuwe vormen van ICT ter ondersteuning van intensief, activerend onderwijs (via proeftuinen, stimulering verwerving middelen via comeniusprogramma e.d.)

   

-

17

296

183

496

Beschikbare capaciteit Wp en OBP voor ontwikkeling, gebruik en ondersteuning ict in het onderwijs vergroten

   

-

19

  

19

Uitbreiding beschikbare ruimten voor voorbereiding en overleg studenten

    

35

  

35

Uitbreiding inzet kennisclips en andere vormen van ICT − Ontwikkeling nieuwe vormen van ICT ter ondersteuning van intensief, activerend onderwijs Verdere uitbouw inzet lab-faciliteiten in het onderwijs

        

Betreft voor 2021 - 2024:

        

Er zorg voor dragen dat ICT, onderwijsruimten en andere ondersteunen het intensieve onderwijs in en buiten de classroom, en bevorderen campusaanwezigheid van studenten en hun vorming en participatie in de academische gemeenschap

        
    

-

   

-

 

-

60

60

120

70

296

183

550

Figuur 5: Begroting en realisatie thema 5

Realisatie thema 5

De oorspronkelijk opgenomen plannen om kwaliteitsmiddelen via een innovatie- en ontwikkelingspool te verdelen, zijn en worden niet uitgevoerd. Het verdelen van middelen op basis van een interne competitie past niet binnen de huidige tijdsgeest en heeft vooral nadelige gevolgen voor de werkdruk van zowel wetenschappelijk als ondersteunend personeel.

In 2019 is de faculteit wel gestart met het ontwikkelen van kennisclips op het gebied van methodenonderwijs. Deze kennisclips worden inmiddels ingezet bij facultaire cursussen die onderdeel zijn van het programma van alle studenten. In aanvulling hierop is er bijvoorbeeld door de opleiding GPM voor gekozen om de bachelor grondig te herzien, en het methodenonderwijs te versterken. Ook bij de opleidingen Bedrijfskunde en Economie zijn de kwaliteitsgelden ingezet om de bachelorcurricula te herzien, deze trajecten zijn momenteel volop in ontwikkeling.

Op het niveau van de faculteit is er vanaf 2020 geïnvesteerd in een uitbreiding van de ondersteuningscapaciteit ten aanzien van ICT in het onderwijs. Van deze uitbreiding hebben veel docenten direct geprofiteerd, toen in 2020 en 2021 alle cursussen noodgedwongen zijn omgezet van volledig fysiek naar volledig online. Inmiddels is de beweging ingezet naar meer blended (dus zowel fysiek als online) onderwijs.

 

Realisatie 2020

Begroting 2021

Realisatie 2021

Onderwijsfaciliteiten

   

Bachelor vernieuwing opleidingen

114.360

84.000

44.445

Ontwikkelaar ICT onderwijs

56.657

60.000

57.840

Ondersteuner ICT onderwijs

58.509

60.000

80.878

Beleidsmedewerker

66.221

69.500

0

 

295.748

273.500

183.162

Thema 6: Verdere professionalisering van docenten (2019-2021)

Goed onderwijs is ondenkbaar zonder goede docenten die ook in staat gesteld worden om hun eigen didactische vaardigheden te ontwikkelen in een richting die zij mede zelf bepalen. De faculteit streeft ernaar om in alle opleidingen adequate percentages scholarly academics in te kunnen zetten (gepromoveerde docenten met een Basis Kwalificatie Onderwijs (BKO) of een Uitgebreide Kwalificatie Onderwijs (UKO) en met onderzoekstijd, die hun onderzoekervaring in hun colleges verwerken). De faculteit wil invulling geven aan een meer gepersonaliseerd professionaliseringsbeleid, waarin bureaucratische elementen van een BKO- of UKO-traject tot een minimum beperkt zijn en docenten zelf mede hun leerdoelen vaststellen en kunnen kiezen voor geschikte trainingen en opleidingen om die doelen te realiseren. De faculteit wil extra ruimte creëren voor docenten die zich aan het begin van hun onderwijsloopbaan willen bekwamen in didactische vaardigheden en in innovatieve onderwijsmodellen om op die manier invulling te kunnen geven aan het voor hoge kwaliteit gewenste intensieve, interactieve en activerende onderwijs. Omdat met name deze categorie wetenschappelijk personeel een hoge werkdruk ervaart, is extra aandacht en tijd (en dus geld) voor ontwikkeling en professionalisering als docent van groot belang. De faculteit wil ook investeren in ontwikkelmogelijkheden en scholingsaanbod voor docenten die hun BKO/UKO behaald hebben. Dit betreft met name het bieden van mogelijkheden aan docenten voor ontwerp en invoering van innovaties ter ondersteuning van het didactische model (zoals de inzet van ICT). De faculteit ondersteunt de beoogde oprichting van het Radboud Centre For Academic Teaching and Learning dat interfacultaire samenwerking op dit terrein moet gaan ondersteunen en sturen.

Oorspronkelijke plan thema 6

2019

  • Aanscherping BKO/UKO-beleid in licht meer gepersonaliseerde, minder bureaucratische opzet van dat beleid

  • Ontwikkeling scholingsmogelijkheden wetenschappelijke staf

2020

  • Zorgdragen voor systematische uitvoering BKO/UKO-beleid

2021-2024

  • Er zorg voor dragen dat docenten beschikken over adequate mogelijkheden om hun professionalisering vorm te geven, aangepast aan de fase in hun loopbaan

t/m periode 12 (x 1.000 euro)

Begroting 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

Begroting Totaal

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Realisatie 2021

Realisatie Totaal

6. Verdere professionalisering van docenten

        

Uitbreiding capaciteit ondersteuning onderwijsontwikkeling docenten

 

60

60

120

    

Aanscherping BKO/UKO-beleid in licht meer gepersionaliseerde, minder bureaucratische opzet van dat beleid

   

-

   

-

Ontwikkeling scholingsmogelijkheden wetenschappelijke staf

   

-

 

80

86

166

    

-

   

-

 

-

60

60

120

-

80

86

166

Figuur 6: Begroting en realisatie thema 6

Realisatie thema 6

Vooral door de coronapandemie lagen de prioriteiten in het onderwijs in 2020 en 2021 bij het mogelijk maken van het onderwijs en de tentamens onder deze bijzondere omstandigheden. Het voornemen om het BKO- en UKO-beleid onder de loep te nemen is daardoor op de achtergrond geraakt. In 2022 en 2023 wordt het HR-beleid van de faculteit, onder meer in het licht van Erkennen en Waarderen, herzien en in het kader hiervan komen het beleid en de procedures met betrekking tot BKO en UKO aan de orde. Met enige vertraging als gevolg van corona wordt dit onderwerp dus conform de oorspronkelijke plannen weer opgepakt. Onderdeel van deze herziening is in ieder geval de ontwikkeling van nieuwe scholingsmodules. Uiteraard blijft het herzien van de als bureaucratisch ervaren opzet van het BKO/UKO-beleid een belangrijk streven.

De ontwikkeling van de docentprofessionalisering heeft zich op andere gebieden voorgedaan, zoals blijkt uit de uitgaven die in 2020 en 2021 onder deze noemer hebben plaatsgevonden. De kwaliteitsmiddelen zijn door de opleiding Bedrijfskunde bijvoorbeeld aangewend om een ‘supportteam online onderwijs’ in te stellen waar docenten elkaar (peer to peer) voorzien van best practices en feedback op ontwikkelde online onderwijsvormen. Ten slotte hebben de kwaliteitsmiddelen de opleidingen in staat gesteld om extra student-assistentie in te schakelen voor online onderwijs, waardoor cursuscoördinatoren meer tijd konden besteden aan verdere professionalisering en peer feedback.

 

realisatie 2020

Begroting 2021

Realisatie 2021

Docentprofessionalisering

   

Support team online onderwijs; ondersteuning docenten

30.000

30.600

30.600

Studentenassistentie bij online en hybride onderwijs

50.000

50.000

55.500

 

80.000

80.600

86.100

Toelichting proces totstandkoming en betrokkenheid medezeggenschap

Het proces met betrekking tot de kwaliteitsafspraken is volledig opgenomen in de planning & control cyclus. In de gesprekken tussen financiën en de afdelingen rondom de begroting, de jaarcijfers en de rapportages wordt het punt van de studievoorschotmiddelen meegenomen. De commissie kwaliteitsafspraken, waarin het faculteitsbestuur, de FOC en de FSR in zijn vertegenwoordigd, wordt op de hoogte gehouden van de verantwoording aan het einde van het jaar, de regelgeving omtrent de verantwoording en de begroting. De commissieleden worden bij elke vergadering uitgenodigd om mee te denken over de besteding van de middelen, zodat de kwaliteit op een juiste manier voor de studenten maar ook voor de docenten wordt vergroot. In de reflectie van de medezeggenschap wordt een aantal specifieke voorbeelden genoemd. Dit heeft er met name in de afgelopen twee jaar voor gezorgd dat het beleid ten behoeve van de kwaliteitsafspraken voornamelijk was gericht op “meer handen aan het bed” en betere studentenbegeleiding. Deze punten zijn door de commissieleden aangedragen en uitgevoerd. De commissie komt periodiek bij elkaar voor een overleg, zo’n 6-8 keer per jaar.

Zelfstandige reflectie medezeggenschap

De medezeggenschap uit zijn tevredenheid naar de manier waarop zij zijn betrokken in de afspraken en plannen die gemaakt zijn rondom de kwaliteitsgelden. Vooral de FSR heeft punten ingebracht. Deze onderwerpen zijn serieus meegenomen in de discussies over de verdeling van de middelen, om zo het onderwijs en onderwijsmilieu voor studenten te verbeteren. Deze punten worden besproken in de Commissie Kwaliteitsafspraken, die fungeert naast de FGV. De Commissie Kwaliteitsafspraken komt één keer per maand bij elkaar en bestaat uit decaan, vicedecaan onderwijs, faculteitsdirecteur, de voorzitter en vicevoorzitter van de FSR, een vertegenwoordiger van de FOC, de studentassessor en twee ondersteunende medewerkers. De commissie heeft grofweg twee functies, namelijk een controlerende functie vanuit de medezeggenschap en de functie voor het aandragen van nieuwe plannen. Hier is het de taak aan de medezeggenschap om te kijken of de middelen van de kwaliteitsgelden juist worden besteed, zoals van tevoren is afgesproken en heeft de medezeggenschap de verantwoordelijkheid om te komen met nieuwe ideeën om het onderwijs te verbeteren. In de vergadering ligt het initiatief voor het ontwikkelen van nieuwe plannen veelal bij de FSR.

Om de Commissie Kwaliteitsafspraken van input te voorzien uit de hele studentenpopulatie van de faculteit heeft de FSR nauw contact gehouden met alle studieverenigingen en OLC’s van de faculteit. Daarnaast heeft de FSR een enquête verspreid onder studenten, waar zij konden aangeven wat verbeterd kon worden aan het onderwijs. Hoewel het moeilijk blijft om alle studenten te bereiken, met name ten tijde van de Coronapandemie, zijn wij van mening dat de meningen en ideeën van studenten goed zijn vertegenwoordigd in de kwaliteitsafspraken commissie. Zo is uit de enquête naar voren gekomen dat studenten behoefte hebben aan meer zitplekken op de faculteit. Met name zitplekken die geschikt zijn om te werken aan groepsopdrachten en zitplekken waar studenten kunnen ontspannen en anderen kunnen ontmoeten.

In de ogen van de FSR en FOC hebben de middelen van de kwaliteitsgelden bijgedragen aan de kwaliteit van het onderwijs en zijn ze op de goede manier besteed. In de commissie is afgesproken om vooral investeringen te doen door de aanstelling van meer personeel, zoals UD’s en UHD’s. Dit is in voldoende mate geeffectueerd, hoewel de werving en selectie van extra personeel enige tijd heeft gekost. Dit leidt tot een verbeterde student/docent-ratio en zorgt er onder andere voor dat er meer aandacht is voor de vragen van studenten en dat werkgroepen kleiner kunnen worden.

Wij moedigen verdere investeringen op het gebied van meer wetenschappelijk personeel aan. Dit zal bijdragen aan de persoonlijke benadering die op onze universiteit zo hoog in het vaandel staat. Daarnaast uit de FSR zijn tevredenheid over de aanstelling van een career officer en een alumni officer. In onze visie zal een career officer bijdragen aan een betere aansluiting en voorbereiding op het bedrijfsleven, een voortdurende punt van zorg en aandacht in de faculteit. Een alumni officer zal er hopelijk toe bijdragen dat het alumni netwerk van de faculteit beter benut gaat worden. De daadwerkelijke effecten zullen alleen op de langere termijn zichtbaar zijn. De FSR hoopt dat de faculteit verder blijft investeren in een betere aansluiting met de beroepspraktijk, waarbij de beroepspraktijk meer verweven raakt met verschillende cursussen binnen de opleidingen. Als laatste heeft de FSR voortgedragen om het EOS gebouw aantrekkelijker te maken voor studenten, zodat zij eerder ervoor te kiezen om te studeren of verblijven in het faculteitsgebouw.

Onze ideeën en aanbevelingen zijn serieus meegenomen tijdens de vergaderingen en door het FB. Daarnaast sluiten deze ideeën goed aan bij de binnen FB en medezeggenschap breed gedeelde doelstelling om meer gemeenschapsgevoel te creëren op de faculteit. Binnen het gebouw hebben al een aantal veranderingen plaats gevonden, zoals een verdubbeling van het aantal planten en de installatie van een kunstcommissie die als taak krijgt meer kunst in het gebouw aan te brengen. Daarnaast wordt gekeken hoe de gangen en de studentlounge anders ingericht kunnen worden, zodat zij meer aansluit bij de wensen en behoeftes van studenten.

De medezeggenschap is tevreden over de gemaakte plannen en de besteding van de middelen. Om de effecten op de langere termijn te kunnen monitoren heeft de commissie aan het FB verzocht om periodiek kengetallen te delen. Hiermee kan bijvoorbeeld gemonitord worden of het aanstellen van extra UDs en UHD’s heeft geleid tot blijvend kleinere werkgroepen. Omdat op dit moment de middelen van de faculteit uit verschillende bronnen groei vertonen (waaronder een autonome groei van het aantal studenten en de NPO-middelen) is het moeilijk om de effecten van de kwaliteitsmiddelen geïsoleerd vast te stellen. Door verbeterde monitoring-informatie hopen we echter onze controlerende functie beter te kunnen uitvoeren.

Namens de FGV – Faculteit der Managementwetenschappen, 

Dr. P.H. Driessen
 Voorzitter FOC
 E.J. van der Velde 
 Vicevoorzitter FSR (b/a Voorzitter)