Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica

In 2018 is bij elk van de zes thema’s in het plan voor de inzet van kwaliteitsmiddelen (studievoorschot- middelen) een doelstelling geschreven die aansluit bij het strategisch plan 2016-2020 van de faculteit.

Kernpunt daarin is dat de studenten worden opgeleid in het kader van hun toekomstige zelf, de ‘future self’. Dat is een bredere vorming dan een enkel vakinhoudelijke opleiding biedt en kan geplaatst worden in de doelstelling van ‘life long learning’.

Een voortdurend ander aandachtspunt van de faculteit is studiesucces en studeerbaarheid van de opleidingen.

Al vóór formulering van het plan kwaliteitsmiddelen heeft de faculteit ingezet op kwaliteitsverbetering, met name gericht op kleinschaliger onderwijs, faciliteiten en studeerbaarheid. De acties en bijbehorende middelen zijn in dit verslag opgenomen als ‘eigen middelen’ en toegerekend naar de zes thema’s.

In 2019 is de Adviescommissie Kwaliteitafspraken (AKA) ingesteld om de inzet van eigen en nieuwe middelen te coördineren, zie paragraaf 3.2. Bij een aantal acties hebben de vier onderwijsinstituten (Biowetenschappen, Moleculaire Wetenschappen, Wiskunde, Natuur- en Sterrenkunde, Informatica en Informatiekunde) de vrijheid gekregen deze passend bij de opleiding in te zetten.

Bij de besteding van de nieuwe middelen uit de studievoorschotten vanaf 2019 is ook door de Adviescommissie vooral concreet ingezet op onderwijsinnovatie en studeerbaarheid. Deze onderwerpen sluiten nauw aan bij de zes thema’s, maar overstijgen die individuele thema’s ook.

De meeste van de investeringen dragen dus bij aan meer dan één thema. Dat geldt met name voor twee langjarige initiatieven: Onderwijsinnovatoren die vast ingebed zijn in elk onderwijsinstituut en assistent- docenten die zijn in te zetten door docenten binnen de opleidingen. Daar waar aanstelling van staf is begroot wijkt de realisatie vaak enigszins af doordat bij het beschikbaar stellen van budget meestal nog geen zicht is op aanstellingsduur en schaal.

In onderstaand verslag zal blijken dat met name de onderwijs-innovatoren behalve in thema’s 4 en 6 ook in thema’s 1 en 3 een belangrijke rol spelen.

Tabel 1: Inzet middelen 2019-2021 toegerekend naar thema (% van de actie naar thema)

Plan kwaliteitsmiddelen 2019.

Nieuwe middelen

%

Eigen middelen

%

Thema 1 intensief, kleinschalig

Call onderwijsinnovatie

100%

  

Assistent docenten

50%

  

New devices Lab

100%

Extra practicum coördinatie

50%

  

Investeringen wiskunde-onderwijs

50%

Thema 2 begeleiding

Assistent docenten

50%

  

Investeringen wiskunde-onderwijs

50%

OWDV stages UMC

100%

Thema 3 studiesucces, toelating, doorstroom

  

Inzet bestaand WP voor vernieuwing

100%

Thema 4 differentiatie

Onderwijsinnovatoren

50%

  

Ontwikkeling Betavakdidactiek

50%

Thema 5 faciliteiten

Toerusting studentassistenten

100%

  

Extra coördinator digitoetsen

100%

  

Cloud computing

100%

  

Incidentele materiele investeringen

100%

  

Extra practicum coördinatie

50%

  

Coördinator digitoetsen

100%

Thema 6 professionalisering

Onderwijsinnovatoren

50%

Ontwikkeling Betavakdidactiek

50%

Tabel 2: Oorspronkelijk bestedingsplan (dd okt 2018)

x 1000 euro

      

Bestedingen per thema

Begroting 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024*

1. Intensiever en kleinschaliger onderwijs

406

495

519

512

523

593

2. Meer en betere begeleiding studenten

440

440

490

490

490

794

3. Studiesucces inclusief toelating en doorstroom

440

440

440

440

440

495

4. Onderwijsdifferentiatie

145

153

170

170

170

380

5. Passende en goede onderwijsfaciliteiten

159

150

132

134

136

330

6. Verdere professionalisering van docenten

145

153

170

170

170

380

PM: nader toe te rekenen naar thema n.a.v. definitief bestedingsplan

-

-

503

881

975

-

Totaal

1.734

1.831

2.424

2.806

2.904

2.972

Tabel 3: Realisatie van 2019, 2020 en 2021 en de huidige begroting voor 2022, 2023 en 2024

x 1000 euro

      

Bestedingen per thema

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Realisatie 2021

Begroting 2022

Raming 2023

Raming 2024*

1. Intensiever en kleinschaliger onderwijs

365

403

497

591

593

593

2. Meer en betere begeleiding studenten

456

498

584

819

794

794

3. Studiesucces inclusief toelating en doorstroom

455

463

473

495

495

495

4. Onderwijsdifferentiatie

169

308

393

380

380

380

5. Passende en goede onderwijsfaciliteiten

134

381

302

328

330

330

6. Verdere professionalisering van docenten

169

308

393

380

380

380

Totaal

1.747

2.361

2.642

2.993

2.972

2.972

Saldo

-97

63

-218

-187

-68

174

* In de tabellen per thema zijn acties waar (ook) eigen middelen zijn ingezet aangeduid met een asterisk

Toelichting besteding kwaliteitsafspraken per thema

De in de volgende tabellen weergegeven begroting is die uit het oorspronkelijke plan, opgesteld in het najaar van 2018. Bij het aantreden van de Adviescommissie Kwaliteitsafspraken begin 2019 is, met beter zicht op de beschikbare nieuwe middelen, een aantal posten aangepast. Waar dat is gebeurd, wordt dat toegelicht onder de tabel.

Thema 1: Intensiever en kleinschalig onderwijs (2019-2021)

Acties thema 1

Begroting (x 1.000 euro)

Realisatie (x 1.000 euro)

 

2019

2020

2021

Totaal

2019

2020

2021

Totaal

Assistent-docenten

 

83

100

183

 

44

137

181

Call onderwijsinnovatie

35

50

75

160

6

-

10

16

New devices lab *

78

78

78

234

80

81

83

244

Extra practicumcoordinatie*

103

94

76

272

79

84

84

247

Investeringen wiskunde- onderwijs*

190

190

190

570

200

194

183

577

Totaal

406

495

519

1,419

365

403

497

1,265

Aanpassing door de Adviescommissie AKA: Naast inzetten op de ontwikkeling van nieuwe werkvormen,

uitdrukkelijk zorgen dat het hele onderwijs kleinschalig van opzet kan blijven. De inzet van assistent-docenten speelt daarbij een belangrijke rol. Ook activiteiten uit de al bestaande eigen middelen zoals het New Devices Lab en de extra practicumcoördinatie was al daarop gericht.

In de begroting is het budget voor assistent-docenten verruimd tot 1 fte (75k) per onderwijsinistituut (300k totaal verdeeld over twee thema’s (was 200k)) en is de call onderwijsinnovatie vanaf 2021 gemaximeerd op 50k (was 75k).

Assistentdocenten

Binnen dit thema is 50% van het budget voor assistent-docenten gealloceerd. Vanaf 2020 wordt een bedrag van 75k€ per onderwijsinstituut ingezet op assistent-docent formatie (1 fte op postdoc-niveau per onderwijsinstituut). Assistent-docenten zijn “vak-nabij” (werkzaam binnen het vakgebied van de cursussen waar zij worden ingezet) en zullen met name ook inhoudelijk kunnen bijdragen aan het gericht faciliteren en waar nodig verbeteren van kleinschalig onderwijs waar dat door de toegenomen studentenaantallen onder druk zou komen te staan. Assistent-docenten dragen onder verantwoordelijkheid van de cursuscoördinator bijvoorbeeld concreet bij aan het maken, begeleiden en eventueel nakijken van opdrachten of aan het verbeteren van cursusmateriaal. Een (wisselend) deel van de assistent-docent-activiteit komt daardoor rechtstreeks ten goede aan kleinschaligheid en aan vernieuwing van het onderwijs. De docent van het vak heeft immers meer tijd ter beschikking om aandacht aan dat laatste te besteden.

Resultaat: De inzet van de assistent-docenten verschilt per onderwijsinstituut en doet daarmee zoveel mogelijk recht aan de bestaande behoeftes en mogelijkheden. Deels wordt extra ondersteuning gebruikt voor werkcolleges of practica waar grote groepen studenten aan deelnemen, in andere gevallen gaat het om de ontwikkeling en implementatie van vernieuwde werkcolleges of verbetering van het cursusmateriaal. De docenten en onderwijsinstituten hebben het initiatief. Een deel van de aanstellingen is kort en concreet (één kwartaal) met het doel een bepaalde cursus te verbeteren een ander deel van de aanstellingen heeft een langduriger karakter, bijvoorbeeld om standaard meer professionele begeleiding binnen een practicum-cursus te kunnen inzetten.

Call onderwijsinnovatie

De Commissie Onderwijsinnovatie is expliciet gericht op onderwijsinnovatie en nieuwe werkvormen zoals bedoeld in thema 1. Voorzitter van de commissie is de hoogleraar Beta-vakdidactiek.

Ieder jaar wordt door deze commissie een call uitgezet in de faculteit voor financiering van kleine projecten (max. 10k€) gericht op vernieuwing van onderwijs. Alle medewerkers, docenten, promovendi en studenten kunnen voorstellen indienen. Het uitzetten van een dergelijke call blijkt een stimulans om alle bij het onderwijs betrokkenen na te laten denken over verbeteringen en vernieuwing. Veel van deze initiatieven vergen slechts een beperkte investering. De door de commissie geselecteerde projecten worden aan het faculteitsbestuur voorgedragen en daar formeel bekrachtigd.

In de taakomschrijving van de commissie onderwijsinnovatie staat ook het organiseren van onderwijscolloquia om de ervaringen breed te delen.

Resultaat: De eerste call, voor projecten in 2019, maakte veel los: 55 voorstellen, rijp en groen, werden ingediend vanuit alle lagen van de faculteit. De commissie heeft kritisch kunnen kijken en binnen het beschikbare budget voor 2019 (35 k€) projecten toegekend. Deze hebben niet allemaal gebruik gemaakt van de toegezegde gelden.

De calls en projecten voor 2020 en 2021 (50k elk) hebben grote hinder gehad van de omstandigheden rond corona. Docenten waren buiten de call om al noodgedwongen veel met innovatie bezig, ondersteund door diverse andere groepen binnen de faculteit: Teaching Information Point, betavakdidactiek, coördinatoren digitaal toetsen en onderwijsinnovatoren.

De bedoeling is dat de commissie een rol speelt bij het verwerken van de corona-onderwijservaring.

De deadline van de call voor 2022 is verruimd en de commissie beraadt zich op manieren om ondanks corona docenten te stimuleren projecten in te dienen.

Succesvolle initiatieven uit de call verdienen opvolging. Om dat laagdrempelig mogelijk te maken is vanaf de begroting 2022 ook beleidsruimte gereserveerd.

Onderwijsinnovatoren

Ondanks dat de onderwijsinnovatoren oorspronkelijk niet naar dit thema zijn toegerekend, is duidelijk dat zij bij verschillende onderwijsinstituten wel een grote bijdrage leveren aan het inrichten van kleinschaligheid en vernieuwen van werkvormen. Zo is de onderwijsinnovator van biowetenschappen bezig met het ontwikkelen en ondersteunen van team based learning doorheen de hele opleiding.

New Devices Lab

Het New Devices Lab (NDL) is een nieuwe onderwijsvorm in de Computing Science opleiding met speciale aandacht voor kleinschalig onderwijs en creativiteit. De new devices in deze cursus zijn bijvoorbeeld smart home systemen, wearables, VR-brillen en 3D scanners en printers. In deze cursus doen studenten in een team van twee tot vier studenten een project van eigen ontwerp en keuze. Het NDL is al vóór 2018 opgestart uit eigen middelen.

Resultaat: In het begin was de cursus een verplicht onderdeel van de software-track in de opleiding. Inmiddels is het ook verplicht voor de data-track en populair onder studenten in de security-track. De capaciteit van de cursus is in de loop van de jaren toegenomen van ruim 20 studenten tot 96 studenten in dit jaar. Desondanks is de cursus de laatste jaren zo populair, ook buiten de computing science, dat niet alle belangstellenden kunnen deelnemen. De bijdrage uit de kwaliteitsmiddelen wordt gebruikt voor aanschaf van nieuwe devices en 0.6 fte technische ondersteuning.

Het NDL werkt en draagt succesvol bij aan de opleiding computing science en daarbuiten. Deze actie kan onveranderd blijven en naar verwachting komt er een uitbreiding van de staf. Hiermee kan de capaciteit zo ver worden uitgebreid dat waarschijnlijk alle belangstellende weer kunnen deelnemen.

Uitbreiding practicumcoördinatie

In alle opleidingen van de betafaculteit spelen practica een grote rol. Practica zijn bij uitstek activerende en kleinschalige werkvormen. De uitbreiding van practicumcoördinatie heeft het mogelijk gemaakt dit onderwijs te moderniseren en voldoende te blijven begeleiden. Zo wordt onder meer de inzet van nieuwe technieken mogelijk gemaakt. Het betreft verschillende posities op drie practica (fysisch, chemisch, biologisch).

Deze actie is al vóór 2019 gefaseerd gestart uit eigen middelen.

Investeringen in wiskunde-onderwijs

Wiskunde heeft een centrale plaats in de bètafaculteit en voor alle opleidingen worden vakken verzorgd vanuit de afdeling wiskunde. Door investeringen in wiskunde-onderwijs uit eigen middelen kon de staf worden uitgebreid zodat zowel voor de succesvolle opleiding wiskunde als voor het service-onderwijs de kwaliteit en kleinschaligheid op het gewenste niveau kan worden gegeven.

Resultaat en plan: Het aanstellen van assistent-docenten is vanaf najaar 2020 en in 2021 in toenemende mate van de grond gekomen. Met name in het eerste jaar bleven de aanstellingen wat achter. Dat komt omdat niet altijd de potentie bij alle docenten al voldoende duidelijk was of omdat er geen beschikbare kandidaten binnen het contingent PhD/postdoc te vinden waren. Bij informatica is dat laatste bijvoorbeeld grotendeels te wijten aan de arbeidsmarkt voor informatici: weinig promovendi verlengen hun aanstelling om binnen het onderwijs een rol op te pakken. Doel en verwachting is dat het aantal aanstellingen zal blijven toenemen.

Binnen informatica kan het budget mogelijk op een andere manier worden ingezet met hetzelfde doel. Wanneer binnen de faculteit ervaringen worden gedeeld zal dat meer docenten de mogelijkheden en voordelen laten zien. Er is geen reden om deze actie wezenlijk aan te passen zolang de inzet toeneemt.

Zodra de commissie onderwijsinnovatie weer op normale manier een call kan uitzetten is de verwachting dat ook daar voldoende projecten kunnen worden gegenereerd. Monitoring in de voortgang van de projecten zal dan goed geborgd moeten worden.

Vanwege de geconstateerde onderbesteding is in 2020 door de adviescommissie besloten tot meer materiele uitgaven (thema 4) zoals de aanschaf van grafische tablets ten behoeve van afstandsonderwijs. Zie aldaar.

Thema 2: Meer en betere begeleiding van studenten (2019-2021)

Acties thema 2

Begroting (x 1.000 euro)

Realisatie (x 1.000 euro)

 

2019

2020

2021

Totaal

2019

2020

2021

Totaal

Assistent-docenten

   

-

 

44

137

181

Investeringen wiskunde- onderwijs*

190

190

190

570

200

194

183

577

Onderwijsdienstver- lening stages UMC*

250

250

300

800

256

260

264

780

Totaal

440

440

490

1,37

456

498

584

1,538

Voornemen oorspronkelijk plan: Vernieuwing en verbetering van het portfolio en inrichten van een Taakgroep Studentenwelzijn.

Aanpassing door de Adviescommissie AKA: Vanaf 2020 ook inzet op versterking van de begeleiding binnen alle vakken door inzet van een budget voor assistent-docenten. Deze waren in de oorspronkelijke begroting nog niet onder dit thema gebracht. In de realisatie worden zij voor 50% naar dit thema toegerekend.

Elke opleiding van de faculteit heeft een onderdeel ‘portfolio’ dat is bedoeld om de student te leren reflecteren en plannen en zich enerzijds beter door de opleiding te bewegen en anderzijds voor te bereiden op toekomstige keuzes in Masteropleiding en beroep. De opleidingen hebben alle een gepaste vorm gezocht en begeleiding ingericht in de vorm van bijvoorbeeld tutoren of docentmentoren.

Aandacht voor studentenwelzijn is belangrijker geworden en de ambitie om studenten nog meer voor te bereiden op hun future self vraagt om vernieuwing van de portfolio-vakken en inzet op een coaching aspect in de opleiding. Parallel is op universitair niveau een werkgroep studentbegeleiding 2023 actief.

Resultaat: De vernieuwing van de portfolio's is tot nog toe bescheiden geweest, deels vanwege verschoven aandacht door corona, deels omdat gewacht wordt op uitkomst van de universitaire werkgroep.

In het kader van corona is voor de onderwijsbeleidscommissie in 2020 door een werkgroep onderzoek gedaan naar studentenwelzijn en is aan de onderwijsinstituten gevraagd aandacht te besteden aan de verbinding met studenten in de lockdown. Hiervoor was geen extra budget nodig. Onderwijsinstituten hebben bijvoorbeeld actief het mentoraat ingezet om contact te houden met hun studenten. Ook hebben de studieverenigingen een belangrijke rol gespeeld door aangepaste activiteiten.

Pilot coaching

Bij biowetenschappen is in studiejaar 2021-2022 door inzet uit het budget assistent docenten een pilot gestart met coaching voor de eerstejaars studenten. Evaluatie van deze pilot zal samen met de bevindingen van de centrale werkgroep bepalen of en op welke manier coaching een vaste plek kan krijgen binnen de opleidingen.

Assistentdocenten

De inzet van assistentdocenten is voor 50% toegerekend naar dit thema omdat de extra menskracht in veel cursussen de begeleiding rechtstreeks ten goede komt. Ook hier geldt net als onder thema 1 dat bij het ene onderwijsinstituut de inzet van assistent-docenten makkelijker gerealiseerd wordt dan bij het andere.

Investeringen in wiskunde-onderwijs

Zie ook thema 1. Al vóór 2019 is uit eigen middelen geïnvesteerd in staf voor het verzorgen van wiskunde- onderwijs. Uitbreiding van deze staf levert een wezenlijke bijdrage aan de begeleiding van studenten in het wiskunde-onderwijs.

Onderwijsdienstverlening van stages binnen het UMC

Een deel van de studenten in de opleidingen (Medical) Biology en Molecular Life Sciences specialiseert zich interdisciplinair op het grensvlak van levenswetenschappen en medische wetenschappen. Zij lopen stage binnen het Radboud UMC waarvoor door FNWI onderwijsdienstverleningskosten worden betaald. Deze komen uit eigen middelen.

Stages vormen een belangrijk onderdeel in niet alleen het onderwijs, maar ook de (professionele) ontwikkeling van de studenten. Vandaar dat deze middelen zijn toegerekend aan thema 2. Het aantal stages is de afgelopen twee jaar iets gedaald.

Resultaat en plan: Actie portfolio en coaching liggen met vertraging op koers. Beide zijn gelinkt aan de centrale werkgroep studentbegeleiding. Wanneer coaching een succesvolle begeleidingsvorm blijkt te zijn zal dit breder worden geïmplementeerd en moet gekeken worden of hiervoor reguliere middelen kunnen worden ingezet, of dat er ruimte is in de kwaliteitsmiddelen.

Inzet van assistent docenten voorziet in een behoefte en komt sinds 2021 goed op gang. Uitwisseling van ervaringen tussen onderwijsinstituten zal tot nog meer initiatieven moeten leiden.

Thema 3: Studiesucces (2019-2021)

Acties thema

Begroting (x 1.000 euro)

Realisatie (x 1.000 euro)

 

2019

2020

2021

Totaal

2019

2020

2021

Totaal

Inzet bestaand Wetenschappelijk

440

440

440

1,32

455

463

473

1,391

 

Totaal

440

440

440

1,32

455

463

473

1,391

Voornemen oorspronkelijk plan: Ontdubbelen masterspecialisaties, inrichting International and Admission Office en aandacht voor integratie internationale studenten. Doel daarvan was het bereiken van een helder en aantrekkelijk masteraanbod en een grotere masterinstroom.

Deze voornemens zijn gerealiseerd binnen het facultaire beleid en uit reguliere middelen. Er is een helder aanbod van unieke masterspecialisaties, een nieuwe opzet in de voorlichting en een gestroomlijnde admission procedure binnen het bestaande admission office. Er is voor dit thema geen specifiek budget uit nieuwe middelen ingezet om het voornemen te realiseren. Of de masterinstroom baat heeft bij de acties moet de komende jaren blijken.

De vakgroep betavakdidactiek participeert in een aansluitingsoverleg tussen universiteit en middelbare scholen.

Inzet bestaand wetenschappelijk personeel voor vernieuwing

Uit eigen middelen wordt voor het thema studiesucces en doorstroom standaard geïnvesteerd in formatie van wetenschappelijke staf om deze vrij te maken voor vernieuwing en verbetering van onderwijs en curricula.

Binnen de gebruikelijke bekostiging is er een sterke prikkel om het onderwijs zo efficiënt mogelijk te geven, wat makkelijk leidt tot grote groepen, minder keuze en zo min mogelijk verandering. Dat is overigens niet noodzakelijk wat docenten willen. Door extra staf beschikbaar te maken kan juist worden geïnvesteerd in de ontwikkeling door de docenten van nieuw, kleinschalig onderwijs. Zij krijgen de ruimte om activerende leervormen in het onderwijs te integreren en zichzelf als docent te ontwikkelen. Deze extra aandacht voor de vakken moet het studiesucces ten goede komen.

Resultaat en plan: De vaste post uit eigen middelen stelt een standaard uitbreiding van staf beschikbaar voor onderwijs die niet alleen bijdraagt aan thema 3, maar aan alle thema’s 1 tm 4. Er is geen aanleiding deze post bij te stellen.

Thema 4: Onderwijsdifferentiatie (2019-2021)

Acties thema

Begroting (x 1.000 euro)

Realisatie (x 1.000 euro)

 

2019

2020

2021

Totaal

2019

2020

2021

Totaal

Onderwijs innovatoren

75

83

100

258

39

107

113

258

Ontwikkeling Beta vakdidactiek(*)

70

70

70

210

130

201

280

611

Totaal

145

153

170

468

169

308

393

869

Voornemen oorspronkelijk plan: Uitbreiding van het aantal vakken waarin algemene vaardigheden worden ontwikkeld en invoeren van (campusbrede) minoren.

Aanpassing door de Adviescommissie AKA: Naast inzetten op vaardigheidsonderwijs moeten op alle fronten de onderwijsinstituten en de docenten worden gestimuleerd om het onderwijs te vernieuwen en te verbreden. Dit werkt het best op een laagdrempelige en vooral actief meewerkende manier. De docent moet niet alleen advies krijgen, maar ook concrete hulp.

Hierop is de begroting vanaf 2019 aangepast door extra ruimte voor beide acties te creëren. Dat is terug te zien in de realisatie.

Onderwijsinnovatoren

Aan elk onderwijsinstituut is 1 fte beschikbaar gesteld in schaal 11-12 om onderwijsinnovatoren aan te stellen. Deze krijgen een brede opdracht mee: op alle fronten de onderwijsinstituten en de docenten stimuleren en helpen te vernieuwen waar dat nuttig is. Essentieel hierin is dat de innovator concreet, waar mogelijk zelfs op inhoud, met de docent meewerkt aan de aanpassingen in het vak.

De onderwijsinnovatoren zijn didactisch bekwaam en komen uit het vakgebied van de opleiding. Zij helpen met het invoeren van nieuwe onderwijsvormen in de colleges, integratie van ICT in het onderwijs en hebben, samen met het facultaire Teaching Information Point, een grote bijdrage geleverd aan de snelle transitie naar online onderwijs met het ondersteunen van een aantal online teaching tools als Discord voor werkcolleges en Open Broadcaster Software voor video lectures.

Zij zijn betrokken bij alle aspecten van de curricula en het onderwijs en dragen zo ook bij aan de professionalisering van het docententeam (thema 6).

Binnen het smallere voornemen van thema 4 (vaardigheidsonderwijs) zijn wel initiatieven ontplooid door het opzetten van nieuwe cursussen (OMW) en inrichten van team based learning (BW en WiNSt) als ook ondersteunen van studievaardigheid en algemene vaardigheidsaspecten in de normale leerlijnen.

Daarnaast zijn de innovatoren partner voor de besturen van de onderwijsinstituten bij reflectie op het curriculum. Ook hebben de onderwijsinnovatoren van de verschillende instituten een regelmatig overleg met elkaar en met het Teaching Information Point.

Tenslotte verzorgen zij in 2021-2022 trainingen aan student-assistenten die hiermee bijdragen aan beter onderwijs, maar ook als student didactisch gevormd worden.

Ontwikkeling vakgroep betavakdidactiek

De inrichting van de vakgroep betavakdidactiek is grotendeels vanuit eigen middelen gestart, maar in 2020 en 2021 verder uitgebouwd mede op nieuwe middelen. Deze vakgroep is inmiddels actief, heeft een didactische minor ontwikkeld voor alle opleidingen en is verantwoordelijk voor het master-didactiek onderwijs.

Vanaf 2022 zal de vakgroep didactische training van de studentassistenten en promovendi verzorgen. Daarnaast is de vakgroep samen met de onderwijsinnovatoren actief betrokken bij de ontwikkeling van methodiek in het onderwijs.

Resultaat en plan: Op welke manier andere (campusbrede) minoren kunnen worden ingericht en waar de behoeftes liggen zal nog onderzocht moeten worden. Een deel van dat initiatief zal ook op centraal niveau liggen.

Het aanstellen van onderwijsinnovatoren is niet bij alle onderwijsinstituten snel tot stand gekomen. Ook blijken de kosten van de aanstellingen deels lager uit te vallen dan begroot (innovator in lagere schaal dan begroot). Inmiddels is bij drie van de vier instituten de formatie op ongeveer 1 fte uitgekomen, meestal verdeeld over meer dan één persoon. Informatica heeft ook bij deze functie last van de gunstige arbeidsmarkt voor informatici. Daar staat tegenover dat de investering in de vakgroep Betavakdidactiek inmiddels hoger is dan oorspronkelijk begroot.

Belangrijk is dat de beschikbare ruimte voor onderwijsinnovatoren het komende jaar verder wordt ingevuld. Voor informatica zal eventueel een andere manier voor uitbreiding van de staf op dit thema moeten worden gevonden.

De onderwijsinnovatoren leveren een essentiële bijdrage in de vernieuwing en verbreding van onderwijs en onderwijsvormen. Hun aanstelling zal dus onderdeel blijven van de ingezette middelen.

Thema 5: Passende en goede onderwijsfaciliteiten (2019-2021)

Acties thema

Begroting (x 1.000 euro)

Realisatie (x 1.000 euro)

 

2019

2020

2021

Totaal

2019

2020

2021

Totaal

Coördinatoren digitaal toetsen

56

56

56

168

55

89

149

293

 

Toerusting studentassistenten

   

-

 

16

6

22

 

Cloud computing

   

-

  

7

7

Extra practicum coördinatie*

103

94

76

272

79

84

84

247

Incidentele materiele investeringen: tekentablet, laptops

   

-

 

177

 

177

 

Lightboards voor kennisclips

   

-

 

15

 

15

 

Practica: Tablets, server, Lab buddy, e.d.

   

-

  

57

57

Totaal

159

150

132

440

134

381

302

817

Voornemen oorspronkelijk plan: uitbreiding van studentwerkplekken, extra openstelling bibliotheek.

Uitbreiding practicumfaciliteiten, uitbreiding zalen voor active learning en inrichting van een Science Eductation Lab.

Aanpassing door de Adviescommissie AKA: Bij de Adviescommissie zijn, mede door corona, enkele initiatieven genomen ten behoeve van digitaal onderwijs. Daarnaast is een aantal materiele aanvragen gehonoreerd. Ook is de coördinatie digitaal toetsen uitgebreid. Een ander initiatief vanuit de commissie is inzet op betere toerusting van studentassistenten.

Vanaf 2022 wordt beleidsruimte opgenomen in het budget om adequaat en snel aanvragen voor materiele investeringen en faciliteiten te kunnen honoreren.

Coördinatoren digitaal toetsen

Coördinatie digitaal toetsen is opgestart uit eigen middelen en daarna uitgebreid uit nieuwe middelen. Deze functies zijn, mede door corona, snel een grote rol gaan spelen. De al aanwezige groei in digitaal toetsen is nog extra versneld in coronatijd toen veel toetsen online zijn afgenomen met Cirrus. Daarom is in 2021 een tweede coördinator aangetrokken. De coördinatoren digitaal toetsen ondersteunen de docenten bij de planning en inrichting van de Cirrus toetsen. Ook na corona is de verwachting dat veel tentamens digitaal afgenomen blijven worden.

Cloud computing

Cloud computing zorgt voor voldoende beschikbaarheid van digitale ruimte voor toepassingen in met name de opleidingen informatica en natuur- en sterrenkunde. Voor 2021 is hiervoor ruimte begroot, maar minder gebruikt dan verwacht. De verwachting is dat in 2022 meer gerealiseerd zal worden.

Incidentele materiele investeringen

Dit betreft onder meer een aantal investeringen op de practica van MW en BW in nieuwe technieken. Daarnaast is door de AKA, ingegeven door het afstandsonderwijs, geïnvesteerd in de aanschaf van grafische tablets waarmee colleges en werkcolleges online kunnen worden gegeven, in leenlaptops en in zogenaamde Lightboards en studio’s waarmee kennisclips kunnen worden opgenomen. Dat zijn investeringen die ook na corona in modern onderwijs een plaats houden.

Extra practicumcoördinatie

De extra practicumcoördinatie wordt gefinancierd uit eigen middelen en heeft geleid tot vernieuwing en meer ondersteuning van de practica. De practica zijn gelukkig voor veel studenten op campus doorgegaan tijdens corona.

Toerusting studentassistenten

Studentassistenten spelen een belangrijke rol in het onderwijs. Veel werkcolleges en practica worden door studentassistenten begeleid. Normaal gesproken krijgen zij een beknopte didactische training. Inmiddels is bij enkele vakken een verdiepende training opgezet met een belangrijke ‘feedback loop’. De bedoeling is dit, bij gebleken waarde, uit te breiden.

Resultaat en plan: Er is een active learning room (team based learning zaal) ingericht uit de regulieremiddelen. Een education lab is door verschuivende aandacht en inrichting van de faculteit (nog) niet ontwikkeld. Openingstijden van de bibliotheek worden voortdurend aangepast aan de behoeften, mede gezien on campus versus afstandsonderwijs. Tijdens tentamenperiodes zijn enkele collegezalen extra ter beschikking van studenten als studieruimte.

Op coördinatoren digitaal toetsen is door de ontwikkelingen meer ingezet dan begroot. Van de geplande cloud computing is in 2021 minder gebruik gemaakt dan verwacht. Het verschil in besteding aan practicum coördinatie heeft te maken met aanstellingsduur en schaal.

De beschikbaarheid van middelen, deels via de beleidsruimte vanaf 2022, maakt honoreren van verbeteringen in faciliteiten en (practicum)instrumentarium flexibel mogelijk. De adviescommissie kijkt twee maal per jaar naar de beschikbare ruimte binnen het budget voor incidentele aanvragen.

Thema 6: Docentprofessionalisering (2019-2021)

Acties thema

Begroting (x 1.000 euro)

Realisatie (x 1.000 euro)

 

2019

2020

2021

Totaal

2019

2020

2021

Totaal

Onderwijs innovatoren

75

83

100

258

39

107

113

258

Ontwikkeling Beta vakdidactiek(*)

70

70

70

210

130

201

280

611

Totaal

145

153

170

468

169

308

393

869

Voornemen oorspronkelijk plan: Versterking van de participatie van docenten in de Adviesgroep Docenten

Onderwijsinnovatie en in onderwijscolloquia en workshops.

Aanpassing door de Adviescommissie AKA: De Adviesgroep Docenten Onderwijsinnovatie is in 2019 omgevormd tot een Commissie Onderwijsinnovatie die jaarlijks projecten ondersteunt en resultaten daarvan deelt (zie thema 1). De Adviescommissie Kwaliteitsafspraken heeft daarnaast ingezet op het aanstellen van onderwijsinnovatoren die ook bijdragen aan docentprofessionalisering (zie ook thema 4).

De Commissie Onderwijsinnovatie is verbreed en voortvarend van start gegaan, maar heeft erg te lijden gehad van thuiswerken en afstandsonderwijs. Onderwijscolloquia in algemene zin zijn in beperktere mate voortgezet. Daar staat tegenover dat door de acute noodzaak tot online onderwijs zeer actief contact is geweest met docenten door onder meer Teaching Information Point, betavakdidactiek, coördinatoren digitaal toetsen en onderwijsinnovatoren. Corona en afstandsonderwijs hebben voor een onverwacht steile leercurve in digitaal onderwijs gezorgd.

Onderwijsinnovatoren

De inzet op onderwijsinnovatoren draagt tegelijk met de vernieuwing van vakken bij aan de professionalisering van de staf en het delen van ervaringen. Een groeiende groep docenten maakt gebruik van de mogelijkheden hun onderwijs op een andere manier te gaan geven of in ieder geval te reflecteren op hun cursus. De onderwijsinnovatoren van de verschillende instituten hebben een regelmatig overleg met elkaar en met het Teaching Information Point en de vakgroep betavakdidactiek.

Ontwikkeling vakgroep betavakdidactiek 

De inrichting van de vakgroep betavakdidactiek is ook deels toegerekend naar dit thema omdat van de vakgroep verwacht wordt dat zij ook bijdraagt aan ontwikkeling van vakdidactiek binnen de opleidingen.

Resultaat en plan: Zoals beschreven bij thema 4 komt de aanstelling van onderwijsinnovatoren op gang, maar is nog niet volledig gerealiseerd. Met name in 2019 en 2020 loopt de besteding achter op de begroting. De inrichting van de vakgroep betavakdidactiek loopt daarentegen voor.

Toelichting proces totstandkoming en betrokkenheid medezeggenschap

Vóór 2019

In de faculteit was tot en met 2018 al een Adviesgroep Docenten Onderwijsinnovatie actief. Deze zorgde voor onderzoek naar en verspreiding van lokale kennis en initiatieven op het gebied van onderwijsinnovatie. Inzet van middelen op kwaliteitsverbetering van het onderwijs werd aangestuurd door het faculteitsbestuur (de eigen middelen in tabel 1, 2 en 3).

2019: Adviescommissie Kwaliteitsafspraken

Bij het in werking treden van het plan kwaliteitsmiddelen in 2019 is de Adviescommissie Docenten Onderwijsinnovatie vervangen door twee commissies:

  • een Commissie Onderwijsinnovatie (COI), verantwoordelijk voor stimuleren en dissemineren van concrete initiatieven van onderwijsinnovatie, nu met een budget voor het ondersteunen van projecten en

  • een Adviescommissie Kwaliteitsafspraken (AKA), verantwoordelijk voor aansturing en borging van de inzet van de kwaliteitsmiddelen.

In de Adviescommissie Kwaliteitsafspraken zijn faculteitsbestuur en medezeggenschap vertegenwoordigd, en hebben de hoogleraar betavakdidactiek en het hoofd van de onderwijsondersteuning (onderwijscentrum) zitting.

Voorzitter van de commissie is de vice-decaan onderwijs. De onderdeelcommissie en de facultaire studentenraad zijn vertegenwoordigd door respectievelijk twee docentleden en twee studentleden. Alle leden van de AKA worden telkens voor twee jaar benoemd.

Binnen de faculteit vindt daarnaast onder meer gestructureerd overleg plaats in de volgende gremia:

  • Onderwijsbeleidscommissie (OBC)

Vice-decaan onderwijs, onderwijsdirecteuren, een vertegenwoordiging van studenten en een medewerker educational advice & teacher development.

  • Onderwijsinstituten

De vier onderwijsinstituten hebben elk een bestuur bestaand uit directeur, opleidingscoördinatoren en een studentassessor per opleiding.

  • Opleidingscommissies (OLC)

Studenten (gekozen) en docenten (benoemd) van een of meer opleidingen.

  • Breed overleg

Studentleden van de opleidingscommissies, studentassessoren van de onderwijsinstituten, leden van de facultaire studentenraad en de studentassessor van het faculteitsbestuur.

Binnen al deze geledingen worden onderwerpen met betrekking tot de thema’s en de bestedingen van kwaliteitsmiddelen gedeeld en besproken. De onderwijsinstituten spelen een belangrijke rol in het vormgeven van initiatieven omdat zij zicht hebben op de mogelijkheden en uitdagingen die eigen zijn aan de opleidingen die zij verzorgen. Assessoren en OLC’s zijn daar op korte afstand bij betrokken.

Jaarcyclus AKA

In de AKA is een jaarlijkse cyclus afgesproken van planning, monitoring, eventueel bijstellen en verantwoorden. Door de opzet van de AKA is gegarandeerd dat de facultaire medezeggenschap in elke stap van deze cyclus meepraat en meebeslist.

De plannen en jaarverantwoordingen worden daarnaast nog apart behandeld in het faculteitsbestuur en de FGV.

Specifiek bij aanvang van de kwaliteitsplannen in 2019 en bij de voorstellen voor het inzetten van onderwijsinnovatoren in 2019 en van assistent-docenten in 2020 is door de onderwijsinstituten aan hun OLC’s gevraagd om ideeën over de terreinen waar deze zich op zouden kunnen richten. De invulling van die functies is namelijk neergelegd bij de onderwijsinstituten die daar intern over gecommuniceerd hebben. De AKA heeft hierin vooral een adviserende rol.

Halverwege het jaar wordt in de AKA beoordeeld of bijsturing nodig is en of er nieuwe initiatieven zijn die besproken moeten worden. Deze worden dan beoordeeld op mogelijke impact en bijdrage aan een van de zes thema’s.

Zelfstandige reflectie medezeggenschap

De AKA bevat altijd een oud-bestuurslid en een huidig bestuurslid van de FSR. Dit zorgt ervoor dat de FSR voldoende op de hoogte is van voorgaande en huidige discussies. De AKA bevat twee leden van de OC die twee jaar zitting hebben in deze commissie. Deze leden vergaderen en discussiëren mee als lid van de AKA en stellen vervolgens de overige leden van de medezeggenschap op de hoogte van de besproken zaken tijdens de vergadering. In de afgelopen jaren zijn er verschillende vergaderingen geweest voor het plannen, monitoren, eventueel bijstellen en verantwoorden van de bestede middelen. De medezeggenschap vindt, naar eigen zeggen, dat zij tijdens de AKA-vergaderingen voldoende input en feedback kan geven.

De FSR heeft nauw contact met alle OLC-studentleden per OLC, en ook met alle OLC-leden gezamenlijk tijdens het zogenaamde breed overleg. De FSR heeft nauw contact met OBC-leden en neemt deel aan de vergaderingen met alle instituutsassessoren. Op deze momenten kunnen beide gremia elkaar op de hoogte houden van gemaakte beslissingen en veranderingen in de bestede middelen.

Tijdens de FGV worden de AKA-documenten besproken en becommentarieerd. Doordat vier leden van de medezeggenschap op persoonlijke titel zitting hebben in de AKA, kunnen zij, indien gewenst, extra toelichting geven aan de overige medezeggenschapsleden. Tegelijkertijd kunnen de FSR- en OC-leden, die geen zitting hebben in de AKA, kritisch en onafhankelijk commentaar geven.

De medezeggenschap had graag eerder een zelfstandige reflectie van de AKA gezien en had ook al in een eerder stadium de documenten van de AKA ontvangen. Hoe dan ook, de medezeggenschap is van mening dat de geschreven evaluatie klopt en recht doet aan wat er de afgelopen jaren is besproken.

Kortom, de FSR en de OC zijn van mening dat we vanaf het begin (en zelfs al daarvoor) goed en tijdig zijn meegenomen in de besluitvorming over en de controle van de besteding van de middelen tot nu toe en we verwachten dat dit ook in de toekomst het geval zal zijn, enerzijds door stevige representatie in de AKA (twee FSR en twee OC leden) maar ook doordat de plannen zoals gezegd ook nog in de FGV besproken worden. We hebben daarmee voldoende inspraak op het hele proces.

Dennis Löwik, OC
Hamzah Al Zubi, FSR