Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

Treasury

De Radboud Universiteit is in 2020 overgestapt naar ‘schatkistbankieren’, waarbij de overtollige publieke geldmiddelen bij het Ministerie van Financiën worden aangehouden. Belangrijk voordeel hiervan is dat er geen sprake is van negatieve rente. Mede om die reden én vanwege de ontvlechting van het Radboudumc per 1 januari 2021, is in 2021 het treasury statuut aangepast.

Uitgangspunt voor het proces van sturen, beheersen en bewaken van (toekomstige) geldstromen is de strategische planvorming voor onderwijs en onderzoek en de daarop gebaseerde toekomstige investeringen in het vastgoed. In het statuut is expliciet vastgelegd welke richtlijnen de Radboud Universiteit in acht neemt bij het beleggingsbeleid, het financieringsbeleid, participaties in rechtspersonen en leningen aan rechtspersonen. Verder wordt in de uitgangspunten van het statuut aangesloten bij de ‘Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016’. De universiteit staat bij haar bankrelaties als een niet-professionele belegger geregistreerd. Tevens is in 2020 de interne besluitvorming over het aangaan van een rekening courant krediet afgerond. Op basis hiervan zal de universiteit in 2022 een kortlopend krediet bij het Ministerie van Financiën aanvragen.

De liquiditeitsstromen binnen de universiteit worden doorlopend gemonitord op basis van gedetailleerde, wekelijks geactualiseerde liquiditeitsoverzichten. De treasury-activiteiten bestonden in het verslagjaar uit het zo optimaal mogelijk plaatsen van de overtollige liquide (private) middelen. Een groot deel van deze middelen staat op flexibele spaarrekeningen. De middelen zijn weggezet bij grote Nederlandse banken met minimaal een A-rating. Er is geen sprake van beleggingen of derivaten.

Ten aanzien van financieringsrisico’s geldt dat de Radboud Universiteit:

  • Alleen werkzaam is in Nederland en er bij ingaand geldverkeer geen en bij uitgaand geldverkeer een beperkt c.q. incidenteel valutarisico is.

  • Niet beschikt over effecten en dus geen prijsrisico loopt.

  • Geen materiële rentedragende vorderingen heeft en dus geen renterisico loopt.

  • Geen significante concentraties van kredietrisico heeft.

  • Het eerste jaar geen liquiditeitsrisico heeft en investeringen vanuit de huidige investeringsplannen uit eigen middelen kan financieren. Op langere termijn voorziet de universiteit het opnemen van leningen.