Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

4.2 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Valutaomrekening

De uit de transacties in vreemde valuta voortvloeiende kosten en opbrengsten, respectievelijk vorderingen en schulden, worden omgerekend tegen de koers per transactiedatum respectievelijk balansdatum. Koersverschillen worden onder de financiële baten en lasten opgenomen.

Leasing

Er zijn leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen die aan de eigendom verbonden zijn, bij derden liggen. Deze leasecontracten worden verantwoord als operationele leasing. Leasebetalingen worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de winst-en-verliesrekening over de looptijd van het contract.

Pensioenen

De Radboud Universiteit is aangesloten bij Stichting Pensioenfonds ABP met een toegezegd-pensioenregeling. De universiteit heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij het bedrijfstakpensioenfonds, anders dan het voldoen van de toekomstige premies. De universiteit heeft de toegezegd-pensioenregeling bij het bedrijfstakpensioenfonds in de jaarrekening verwerkt volgens de verplichtingenbenadering. De pensioenpremies zijn ten laste van het resultaat verantwoord. Te betalen premie dan wel de vooruitbetaalde premie per jaareinde wordt als overlopend passief respectievelijk overlopend actief verantwoord.

De opbouw van pensioen gebeurt op basis van een middelloonregeling. De indexatie van pensioenen is
voorwaardelijk. In 2021 zijn de pensioenen niet geïndexeerd.

Het ABP had op 31 december 2021 een dekkingsgraad van 110,2 procent (93,2 procent op 31 december 2020) en een beleidsdekkingsgraad van 102,8 % (87,6 procent op 31 december 2020). Dat is de gemiddelde dekkingsgraad over de laatste 12 maanden. De pensioenregels schrijven voor dat de beleidsdekkingsgraad minimaal 126% moet zijn. Ook is wettelijk bepaald dat de beleidsdekkingsgraad niet langer dan 5 jaar onder 104,2% mag liggen.

Materiële vaste activa

Gebouwen en terreinen

Gebouwen, terreininrichting en wegen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs en bijkomende kosten minus lineaire afschrijvingen conform de componentenmethode en, indien van toepassing, cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. De componentenbenadering wordt toegepast vanaf het moment van eerste activering.

De uitgaven van vervangingsonderhoud en planmatig onderhoud worden vanaf het eerste moment van activering via afschrijvingen ten laste van de exploitatie gebracht.

De gebouwen, terreininrichting en wegen worden afgeschreven op basis van de geschatte economische levensduur. Op terreinen wordt niet afgeschreven.

Inventaris, apparatuur, transportmiddelen en informatiesystemen

Inventaris, apparatuur, transportmiddelen en informatiesystemen worden gewaardeerd tegen aanschafwaarde en lineair afgeschreven op basis van de verwachte economische levensduur. Een eventuele cumulatieve bijzondere waardevermindering wordt in mindering gebracht op de boekwaarde. Apparatuur waarvan de aanschaf is gefinancierd ten laste van de tweede- en derde-geldstroomsubsidies, wordt in het jaar van aanschaf afgeschreven. Informatiesystemen worden alleen geactiveerd voor zover het gekochte systemen betreft. Interne kosten van ontwikkeling van software en implementatie worden niet geactiveerd, maar komen direct ten laste van het resultaat.

Boekenbezit

Het boekenbezit is niet geactiveerd. De aanschaf wordt als last verantwoord.

Bijzondere waardeverminderingen

De universiteit beoordeelt op iedere balansdatum of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien zulke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde. Een bijzondere waardevermindering wordt direct als last verwerkt in de winst‑ en verliesrekening onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het betreffende actief. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct als last verwerkt in de winst-en-verliesrekening, onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het betreffende actief.

De opbrengstwaarde wordt in eerste instantie ontleend aan een bindende verkoopovereenkomst; als die er niet is, wordt de opbrengstwaarde bepaald met behulp van de actieve markt, waarbij normaliter de gangbare biedprijs geldt als marktprijs. De in aftrek te brengen kosten bij het bepalen van de opbrengstwaarde zijn gebaseerd op de geschatte kosten die rechtstreeks kunnen worden toegerekend aan de verkoop en nodig zijn om de verkoop te realiseren. Voor de bepaling van de bedrijfswaarde wordt een inschatting gemaakt van de toekomstige netto kasstromen bij voortgezet gebruik van het actief/de kasstroomgenererende eenheid; vervolgens worden deze kasstromen contant gemaakt waarbij een disconteringsvoet wordt gehanteerd van 0,0%. De disconteringsvoet geeft geen risico's weer waarmee in de toekomstige kasstromen al rekening is gehouden.

Als wordt vastgesteld dat een bijzondere waardevermindering die in het verleden verantwoord is, niet meer bestaat of is afgenomen, wordt de toegenomen boekwaarde van de desbetreffende activa niet hoger gesteld dan de boekwaarde die bepaald zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn verantwoord. Een bijzondere waardevermindering van goodwill wordt niet teruggenomen.

Financiële vaste activa

Bijzondere waardeverminderingen

De universiteit beoordeelt op iedere balansdatum of er aanwijzingen zijn dat een financieel vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien zulke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld.

Bij financiële activa die gewaardeerd zijn tegen geamortiseerde kostprijs wordt de omvang van de bijzondere waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument.

Het waardeverminderingsverlies dat daarvoor opgenomen was, dient te worden teruggenomen indien de afname van de waardevermindering verband houdt met een objectieve gebeurtenis na afboeking.

Deelnemingen

De eerste waardering van gekochte deelnemingen is gebaseerd op de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva op het moment van acquisitie. Voor de vervolgwaardering worden de grondslagen toegepast die gelden voor deze jaarrekening, uitgaande van de waarden bij eerste waardering.

De onder de financiële vaste activa opgenomen deelnemingen zijn gewaardeerd tegen de nettovermogenswaarde. De deelnemingen in de balans zijn opgenomen tegen het aandeel van de Radboud Universiteit in de nettovermogenswaarde, vermeerderd met haar aandeel in de resultaten van de deelnemingen vanaf het moment van verwerving. Als de waarde van de deelneming volgens de vermogensmutatiemethode nihil is geworden, wordt deze methode niet langer toegepast en blijft de deelneming bij ongewijzigde omstandigheden op nihil gewaardeerd. Hierbij worden andere langlopende belangen in de deelneming, die feitelijk worden aangemerkt als een onderdeel van de netto-investering, ook meegenomen.

Indien en voor zover geheel of ten dele voor de schulden van de deelneming wordt ingestaan respectievelijk een feitelijke verplichting bestaat de deelneming tot betaling van haar schulden in staat te stellen, wordt een voorziening opgenomen. Een vervolgens verkregen aandeel in de winst van de deelneming wordt pas weer verwerkt indien en voor zover het cumulatief niet-verwerkte aandeel in het verlies is ingelopen.

In de staat van baten en lasten wordt het aandeel van de universiteit in het resultaat van de deelnemingen opgenomen. Transacties met verbonden partijen worden alleen verwerkt voor zover gerealiseerd.

Leningen/vorderingen

De onder financiële vaste activa opgenomen vorderingen worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde onder aftrek van transactiekosten (indien materieel). Vervolgens worden deze vorderingen gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Bij de waardering wordt rekening gehouden met eventuele waardeverminderingen.

De reële waarde van de financiële vaste activa benadert de boekwaarde.

Voorraden

De voorraden worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs.

Onderhanden projecten

Onderhanden projecten heeft betrekking op projecten die in opdracht van derden worden uitgevoerd en die op balansdatum nog niet gereed zijn. Onderhanden projecten is gewaardeerd tegen de direct toegerekende kosten van arbeid en materiaal met een opslag voor indirecte kosten, tot het maximum van de verwachte externe opbrengsten. Gedeclareerde termijnen worden in mindering gebracht op  onderhanden projecten.

Het nettobedrag per onderhanden project wordt verwerkt als actief of als schuld, indien het saldo van het onderhanden project een debet- respectievelijk creditstand vertoont. Ten aanzien van  onderhanden projecten wordt, indien noodzakelijk, een voorziening gevormd voor te verwachten tekorten. De projectopbrengsten en -kosten uit hoofde van onderhanden project worden als opbrengsten en kosten in de winst-en-verliesrekening naar rato van de verrichte prestatie per balansdatum verwerkt, indien het resultaat van een onderhanden project op betrouwbare wijze kan worden ingeschat (percentage of completion-methode). Dit is de hoofdregel. Voor het bepalen van het percentage gereedheid wordt uitgegaan van de gemaakte projectkosten in verhouding tot de geschatte totale projectkosten.

Als het eindresultaat van een onderhanden project door onzekerheden niet op betrouwbare wijze kan worden ingeschat, worden de opbrengsten voorzichtigheidshalve alleen verwerkt in de winst-en-verliesrekening tot het bedrag van de gemaakte projectkosten dat waarschijnlijk kan worden verhaald, en worden de projectkosten in de winst-en-verliesrekening verwerkt in de periode waarin ze zijn gemaakt (percentage of completion met zero profit-methode).

Vorderingen

Vorderingen dienen initieel gewaardeerd te worden tegen de reële waarde en vervolgens tegen de geamortiseerde kostprijs. Waar nodig wordt rekening gehouden met een voorziening voor oninbaarheid. Alle vorderingen hebben een looptijd van ten hoogste een jaar, tenzij anders vermeld.

Liquide middelen

De liquide middelen (kasmiddelen en tegoeden op bankrekeningen) zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Deposito’s worden onder liquide middelen opgenomen indien zij in feite - zij het eventueel met opoffering van rentebaten - ter onmiddellijke beschikking staan. Liquide middelen die (naar verwachting) langer dan twaalf maanden niet ter beschikking staan, worden als financiële vaste activa gerubriceerd.

Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen en verliezen af te wikkelen, tenzij de tijdswaarde van geld niet materieel is. Indien de tijdswaarde van geld niet materieel is, wordt de voorziening tegen nominale waarde verantwoord. Ingeval van waardering van de voorziening tegen contante waarde is hiervan melding gemaakt bij de individuele toelichting op de voorzieningen. 

De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De overige voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld.

Als de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt, en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen.

Langlopende schulden

Onder langlopende schulden zijn de schulden opgenomen met een resterende looptijd van meer dan één jaar. Schulden worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde en vervolgens tegen de geamortiseerde kostprijs.

Kortlopende schulden

Onder de kortlopende schulden zijn schulden opgenomen met een resterende looptijd van ten hoogste één jaar, tenzij anders vermeld. Schulden worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde en vervolgens tegen de geamortiseerde kostprijs.

Algemeen-resultaatbepaling

Bij de bepaling van het resultaat wordt het baten-en-lastenstelsel gehanteerd. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. De baten en lasten van de Faculteit der Medische Wetenschappen zijn resultaatneutraal opgenomen.

Rijksbijdragen OCW

De rijksbijdragen voor de primaire bekostiging worden ten gunste van het jaar gebracht waarvoor ze ter beschikking zijn gesteld. Niet normatieve Rijksbijdragen worden verantwoord  in het boekjaar waarin de gesubsidieerde bestedingen in de winst- en verliesrekening komen.

Collegegelden

De opbrengsten uit hoofde van collegegelden zijn tijdsevenredig in het boekjaar verantwoord.

Baten werk in opdracht van derden

Hieronder worden de opbrengsten verantwoord uit niet onder de primaire bekostiging vallend onderwijs.

Daarnaast worden de baten uit contractonderzoek hier verantwoord. De projectresultaten worden ten gunste of ten laste van de exploitatierekening gebracht, zoveel als mogelijk gedurende de looptijd van het project, tenzij projectonzekerheden een voorzichtiger berekeningswijze vergen. Eventuele voorzienbare verliezen worden in de resultaten verantwoord zodra ze blijken.

Overige baten

De overige baten hebben betrekking op de derde geldstroom (voor zover deze baten geen betrekking hebben op contractonderwijs en -onderzoek) en zijn naar hun aard nader toegelicht bij de betreffende post in deze jaarrekening.

Een gedeelte van de panden, in bezit bij de universiteit, wordt aan derden verhuurd.

De bijbehorende baten zijn hier, in de periode waar ze betrekking op hebben, verantwoord. Opbrengsten uit de verkoop van goederen worden verwerkt zodra alle belangrijke rechten en risico's met betrekking tot de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper. Verantwoording van opbrengsten uit de levering van diensten geschiedt naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.

Kosten

De kosten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde grondslagen voor waardering en toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. (Voorzienbare) verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het boekjaar, worden ten laste van het resultaat gebracht indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden en overigens wordt voldaan aan de voorwaarden voor het opnemen van voorzieningen.

Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst‑en‑verliesrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingautoriteit.

Afschrijvingskosten vormen een aparte regel in de winst-en-verliesrekening. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Als een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Boekwinsten en -verliezen uit de incidentele verkoop van materiële vaste activa zijn begrepen onder de overige lasten.

Financiële baten en lasten

Renteopbrengsten en –lasten worden tijdsevenredig in de winst-en-verliesrekening verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende actiefpost, indien hun bedrag bepaalbaar is en hun ontvangst waarschijnlijk.

Belastingen

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst-en-verliesrekening, rekening houdend met beschikbare, fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten.

Resultaat deelnemingen

Het resultaat is het bedrag waarmee de boekwaarde van de deelneming sinds de voorafgaande jaarrekening is gewijzigd als gevolg van het door de deelneming behaalde resultaat voor zover dit aan Radboud Universiteit wordt toegerekend.

Intercompany transacties

Resultaten uit transacties met en tussen geconsolideerde verbonden partijen worden volledig geëlimineerd. Resultaten uit transacties met en tussen deelnemingen die tegen de netto vermogenswaarde gewaardeerd worden, zijn proportioneel verantwoord.