Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

4. Kwaliteitsafspraken

De Nederlandse universiteiten zijn met de minister van OCW overeengekomen om voor de periode 2019 ‐ 2024 kwaliteitsafspraken te maken die zijn gekoppeld aan de besteding van de middelen uit het studievoorschot. De Radboud Universiteit heeft een plan gemaakt voor de besteding van die middelen, dat in oktober 2019 door de minister is goedgekeurd op basis van een positief advies van de NVAO.

In deze paragraaf belichten we de kwaliteitsafspraken voor onderwijsverbeteringen, mede gerealiseerd op grond van de studievoorschotmiddelen. We kijken terug op de afgelopen periode vanaf 2019. Een klein deel van het budget wordt centraal besteed, het overgrote deel ligt in handen van de faculteiten. In deze paragraaf leggen we verantwoording af over de middelen die op centraal niveau zijn besteed en het proces wat daarbij gevolgd is. Daarnaast gaan we op hoofdlijnen in op de keuzes die de faculteiten hebben gemaakt. In bijlage Kwaliteitsafspraken zijn meer gedetailleerde beschrijvingen van de kwaliteitsafspraken van de faculteiten opgenomen.

Facultaire middelen

De Radboud Universiteit investeert het overgrote deel van de middelen op facultair niveau. Hiermee ligt deze beslissing zo dicht mogelijk bij het primaire onderwijsproces, al kan zo de uitvoering per faculteit verschillen. Alle faculteiten hebben hiervoor een eigen plan gemaakt. In de tabel hieronder staat weergegeven aan welke thema’s de faculteiten de middelen besteed hebben. De meeste faculteiten sluiten met de plannen, in het kader van de kwaliteitsafspraken, aan op eerder geformuleerde plannen, strategieën of visies. Veruit de meeste middelen worden geïnvesteerd in thema 1 (intensiever en kleinschaliger onderwijs) en 2 (meer en betere begeleiding studenten). Voorbeelden van investeringen in thema 1 zijn het aanstellen van onderwijsinnovatoren bij de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica en het aanstellen van additionele docenten bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid om de groepsgrootte te beperken. Bij de Faculteit der Managementwetenschappen en de Faculteit der Medische Wetenschappen wordt bijvoorbeeld met geïntegreerde studentbegeleiding en de inzet van coaches in thema 2 geïnvesteerd.

Dit soort plannen vormen een dynamisch geheel. In dergelijke plannen zijn wijzigingen onvermijdelijk, maar de faculteiten zijn over het algemeen koersvast. Zoals te zien in onderstaande tabel zijn er verschillen tussen de oorspronkelijke begroting en de realisatie in de periode 2019-2021. Het overgrote deel van de middelen is echter wel uitgegeven binnen de beoogde thema’s. Een deel van de verschillen komt voort uit de inzet van additionele eigen middelen op projecten die mogelijk gemaakt worden door de kwaliteitsafspraken. Dit betekent dat er meer is en wordt geïnvesteerd in de uitvoering van de kwaliteitsafspraken dan in de oorspronkelijke plannen was opgenomen. De COVID19-pandemie heeft er ook voor gezorgd dat projecten vertraagd of versneld zijn of een andere invulling hebben gekregen, zo is de afgelopen jaren bijvoorbeeld eerder en sterker ingezet op de plannen rondom digitalisering van het onderwijs. Deze wijzigingen en de verantwoording per actie worden op facultair niveau verantwoord. Deze verantwoording is opgenomen in de bijlage Kwaliteitsafspraken.

Oorspronkelijk bestedingsplan kwaliteitsafspraken

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

(x miljoen euro)

2019

2020

2021

2022

2023

2024*

Bijdrage OCW

5,3

6,3

10,7

13,3

14,1

15,9

AdditioneelCvB (=a+b -/- bijdrage OCW)

1,6

1,2

1,3

1,3

1,2

1,1

Totaal beschikbare middelen

6,9

7,5

12,0

14,6

15,3

17,0

Bestedingen

      

a. Middelentoewijzing aan faculteiten

      

- uit voorinvesteringsperiode

4,9

4,9

4,9

4,9

4,9

4,9

- additioneel

 

1,0

5,5

8,1

8,9

10,5

subtotaal

4,9

5,9

10,4

13,0

13,8

15,4

b. Centraal (uit voorinvesteringsperiode)

      

- openingstijden en studiewerkplekken UB

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

- onderwijsvernieuwing met ICT

1,4

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

- weblectures

0,4

0,4

0,4

0,4

0,4

0,4

subtotaal

2,0

1,6

1,6

1,6

1,6

1,6

Totaal

6,9

7,5

12,0

14,6

15,4

17,0

Realisatie kwaliteitsafspraken

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Begroting

Raming

Raming

 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Middelen

      

- bijdragen OCW*

5,4

6,5

11,2

14,0

14,8

16,7

- additioneel uit eigen middelen

4,2

7,3

5,6

4,3

3,8

2,4

Totaal middelen

9,6

13,8

16,8

18,3

18,6

19,1

Bestedingen

      

Faculteiten

      

1. Intensiever en kleinschaliger onderwijs

2,3

3,9

6,0

7,5

7,4

7,8

2. Meer en betere begeleiding studenten

2,6

3,2

3,8

4,3

4,3

4,4

3. Studiesucces inclusief toelating en doorstroom

0,5

0,6

0,7

0,7

0,7

0,7

4. Onderwijsdifferentiatie

0,2

0,6

0,9

0,8

0,9

0,9

5. Passende en goede onderwijsfaciliteiten

0,8

1,4

1,2

1,8

1,8

1,8

6. Verdere professionalisering van docenten

0,8

1,3

1,4

1,6

1,8

1,9

subtotaal

7,2

10,9

14,0

16,7

17,0

17,5

Centraal

      

- opneningstijden UB

0,2

0,1

0,1

0,2

0,2

0,2

- ICTO

1,6

2,3

2,0

1,0

1,0

1,0

- weblectures

0,6

0,5

0,7

0,4

0,4

0,4

subtotaal

2,4

2,9

2,8

1,6

1,6

1,6

Totaal bestedingen

9,6

13,8

16,8

18,3

18,6

19,1

  • * Conform derde rijksbijdragebrief 2021

Centrale middelen

Van de middelen die de Radboud Universiteit te besteden heeft voor de kwaliteitsafspraken is het grootste deel over de faculteiten verdeeld. Slechts een klein deel is op centraal niveau geïnvesteerd, zie onderstaande tabel.

Oorspronkelijk bestedingsplan kwaliteitsafspraken

      

bedragen x € 1 miljoen

Begroting

Raming

Raming

Raming

Raming

Raming

 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Centraal (uit voorinvesteringsperiode)

      

- openingstijden en extra studiewerkplekken UB

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

- onderwijsvernieuwing met ICT

1,4

1

1

1

1

1

- weblectures

0,4

0,4

0,4

0,4

0,4

0,4

 

2

1,6

1,6

1,6

1,6

1,6

bedragen x € 1 miljoen

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Begroting

Raming

Raming

 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Centraal

      

- openingstijden en extra studiewerkplekken UB

0,2

0,1

0,1

0,2

0,2

0,2

- onderwijsvernieuwing met ICT

1,6

2,3

2

1

1

1

- weblectures

0,6

0,5

0,7

0,4

0,4

0,4

 

2,4

2,9

2,9

1,6

1,6

1,6

Vanuit de centrale middelen zijn verschillende initiatieven ontplooid. Er zijn extra studiefaciliteiten beschikbaar gesteld in de universiteitsbibliotheek enerzijds door de openingstijden te verruimen en anderzijds door het aantal studiewerkplekken te vergroten. Er is geïnvesteerd in onderwijsvernieuwing met ICT, zoals digitaal toetsen en brightspace. Ten slotte is een project opgestart voor het toekomstbestendig maken van weblectures, waarmee flexibiliteit en capaciteit vergroot worden. In de tabel hierboven is de realisatie tot 2022 en de raming tot 2024 te zien. De voorgenomen plannen zijn met extra investeringen vanuit eigen middelen uitgevoerd. De coronapandemie is sinds maart 2020 van invloed geweest, doordat deze heeft geleid tot een versnelling van de adoptie van digitale onderwijsfaciliteiten. Door de (voor)investeringen die we in de jaren 2017 t/m 2019 hierin hebben gedaan, is de transitie naar periodes met volledig online onderwijs soepel verlopen. Er is volgens oorspronkelijk plan extra capaciteit gerealiseerd voor digitaal toetsen en weblectures en in de universiteitsbibliotheek. Tijdens een deel van de coronapandemie mocht de universiteitsbibliotheek niet geopend zijn. Daardoor is in 2020 en 2021 het begrote bedrag voor openingstijden en extra studieplekken in de universiteitsbibliotheek niet volledig gerealiseerd.

Betrokkenheid belanghebbenden

De manier waarop de betrokkenheid van belanghebbenden wordt georganiseerd, wordt in bijlage Kwaliteitsafspraken per faculteit beschreven. Ook is per faculteit een zelfstandige reflectie van de facultaire gezamenlijke vergadering (FGV) bijgevoegd waarin wordt gereflecteerd op het gevolgde proces sinds 2019 en de voortgang van de kwaliteitsafspraken. Een metareflectie door de centrale medezeggenschap (UGV) op de facultaire reflecties is opgenomen aan het eind  van dit hoofdstuk.

De facultaire medezeggenschap heeft adviesrecht op de hoofdlijnen van de facultaire begroting. Op de besteding van de facultaire middelen voor de kwaliteitsafspraken hebben de facultaire studentenraad (FSR) en de onderdeelcommissie (OC) van de FGV instemmingsrecht. Alle facultaire medezeggenschapsorganen hebben bij de begrotingen van 2020, 2021 en 2022 ingestemd met de plannen voor de kwaliteitsafspraken. Daarnaast worden de kwaliteitsafspraken per faculteit twee keer per jaar besproken tijdens het jaarverslaggesprek en begrotingsgesprek waarbij het college van bestuur, het faculteitsbestuur en de studentassessor aanwezig zijn. De studentassessor wordt specifiek bevraagd over de voortgang en betrokkenheid van de medezeggenschap bij de uitvoering van de kwaliteitsafspraken. De studentassessoren gaven in ieder gesprek aan tevreden te zijn over de betrokkenheid van de medezeggenschap.

Op universitair niveau heeft de universitaire medezeggenschap (UGV) instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting en op de besteding van de universitaire middelen voor de kwaliteitsafspraken. Het college van bestuur rapporteert twee maal per jaar via de reguliere planning & control cyclus middels het jaarverslag en het jaarplan inclusief begroting aan de UGV. De besteding van de kwaliteitsgelden op centraal niveau is in 2019 meerjarig vastgelegd. Omdat de plannen sindsdien niet meer zijn gewijzigd, heeft alleen in 2019 besluitvorming over dit deel van de middelen plaatsgevonden met instemming van de UGV. De UGV heeft op basis van de zelfstandige reflecties van de facultaire medezeggenschap wel een metareflectie geschreven .

Gezamenlijke vergadering over de kwaliteitsafspraken

De Gezamenlijke Vergadering (GV) heeft kennis genomen van de zelfstandige reflecties van de facultaire medezeggenschap inzake  de kwaliteitsafspraken die geschreven zijn op basis van  de criteria van de NVAO. Het doet de GV deugd dat alle facultaire medezeggenschapsraden positief reflecteren op de manier waarop zij betrokken zijn geweest  in het traject van de kwaliteitsafspraken; van het monitoren tot de bijstelling van beleidsacties en -processen.
Wel merkt de GV op dat de manier, waarop de facultaire medezeggenschapsraden zijn betrokken sterk van elkaar verschilt. De GV realiseert zich dat er bepaalde verschillen kunnen ontstaan doordat de faculteiten op een andere manier functioneren. Desalniettemin lijkt het de GV een goed idee om bepaalde best practices van  faculteiten te verzamelen en te delen. Zo kunnen de verschillende facultaire medezeggenschapsraden de mooie initiatieven die beschreven staan zelf ook opzetten binnen hun eigen faculteit.

Namens de GV,
Nijmegen, 8 maart 2022

De centrale ondersteuning organiseert twee à drie keer per jaar een bijeenkomst waarvoor de facultaire en de universitaire medezeggenschap worden uitgenodigd. Het doel is om de medezeggenschap te informeren over hun rechten ten aanzien van de kwaliteitsafspraken en om uitwisseling van aanpak en informatie te bevorderen. De bijeenkomsten zorgen er bovendien voor dat de medezeggenschap weet waar zij centraal in de organisatie terecht kan met vragen over de kwaliteitsafspraken.

De Raad van Toezicht over de kwaliteitsafspraken (uit het verslag van de RvT):

“De Auditcommissie bespreekt twee keer per jaar de voortgang van de kwaliteitsafspraken. Dit is een vast onderdeel van de planning & control cyclus en gebeurt gelijktijdig met de bespreking van het jaarplan en de begroting en bij de bespreking van het jaarverslag. De Auditcommissie ontvangt, ten behoeve van deze bespreking, een uitgebreide rapportage over de voortgang van de kwaliteitsafspraken per faculteit. Deze rapportage is ook gedeeld met de voltallige Raad van Toezicht.

Hierbij is in 2021 met name aandacht besteed aan de wijze waarop de medezeggenschap betrokken is bij de uitvoering, en eventuele wijzigingen, van de plannen. Tevens is gesproken over de richtlijnen rondom de verantwoording over de kwaliteitsafspraken in het jaarverslag. De Auditcommissie stelt vast dat de uitvoering van de plannen voorspoedig verloopt en dat de medezeggenschap voldoende betrokken wordt bij zowel de uitvoering als eventuele wijzigingen van de plannen. De meeste wijzigingen hangen samen met externe factoren, waaronder de coronapandemie waardoor al eerder in de planperiode veel geïnvesteerd is in onlineonderwijs”.